De tegenstelling tussen Jacob (IsraŽl) en Esau (Rome)†††††††

 

H. Dubbelman

 

 

1 Inleiding

In verschillende joodse rabbijnse visies (zie o.a. Ginzberg, volumes 5 en 6, 1998 e.a.) staat dat de wereldgeschiedenis zou worden beÔnvloed door de (geestelijke) tegenstelling tussen Jacob (IsraŽl) en Esau (Edom en Rome). Rebekka immers was in verwachting van een tweeling, waarvan Jahweh zegt dat twee naties zich in haar lichaam bevinden. De ene natie Jacob, als symbool van IsraŽl, zou het principe van de toekomstige en verloste wereld betekenen. Terwijl de andere Esau, symbool van Edom en Rome, het principe van de bestaande en gevallen wereld zou vertegenwoordigen. In de joodse Talmud staat dat het principe van Esau zich steeds openbaart in bepaalde culturen. Een voorbeeld is Babel onder Nimrod. Nimrod bouwde o.a. de steden Babel, Arech, Ninevť, Akkad en Kalne[1]. De Graaff (1993) beweert dat in Rome het principe van Esau het sterkst vertegenwoordigd zou zijn. Esau zou het prototype zijn van de wereldrijken die IsraŽl in de toekomst zouden verdrukken en de verlossing van de wereld willen tegenhouden. Deze wereldrijken willen zelf de wereldheerschappij verkrijgen, zich handhaven en menen dat zij het heil kunnen realiseren in de wereld. Jacob zou het prototype zijn de verlossing van de wereld. Volgens de joodse visie is er geen grotere gebeurtenis in de geschiedenis, dan de geestelijke strijd tussen het (principe) IsraŽl en het (principe) van Rome. Deze strijd zou zich steeds openbaren in de loop van de tijd. Voorbeelden zijn te vinden in het antisemitisme, vervolgingen en de ballingschappen van het volk IsraŽl. In het boek DaniŽl wordt gesproken over de engelenvorsten of beschermengelen van MediŽ en PerziŽ en Griekenland. Rijken waaronder IsraŽl zich in ballingschap bevond. Deze beschermengelen zouden vijandig tegen IsraŽl zijn. Toch geldt in de joodse traditie dat de ballingschap onder Edom-Rome, naast de overige ballingschappen, het zwaarst zou zijn en het langst zou duren. Daarom zou het gaan om het conflict tussen de cultuur van IsraŽl, samengevat in de Torah en de cultuur van Edom-Rome, samengevat in geweld en (politieke) macht. In DaniŽl 10 staat verder, dat van de overige engelenvorsten, niemand de hemelse boodschapper aan DaniŽl hielp dan de beschermengel van IsraŽl, MichaŽl. Het is logisch te veronderstellen dat Edom-Rome ook onder invloed van een engelenvorst of beschermengel zou staan.

 

1.1 Vragen.

Vanuit voorgaande tekst worden de volgende vragen gesteld.

1.      Hoe wordt in de Joodse traditie de tegenstelling Esau en Jacob verklaard?

2.      Waarom is Esau Edom-Rome?

3.      Wie is de engelenvorst van Rome?

4.      Wat is er van deze tegenstelling terug te vinden in de geschiedenis?

 

Om hier antwoorden voor te vinden is informatie verzameld uit de bijbel, de joodse legenden in Ginzberg[2] en in het project Gutenberg en joodse/rabbijnse literatuur.

 

1.2 Methode en doel van het onderzoek

Een methode van onderzoek is om vooraf een conceptmodel op te stellen en vanuit het model de (beperkte) empirie te analyseren (Segers, 1977). Toch zijn er onderzoeken waarvan vooraf nog geen duidelijk concept is. Dit komt o.a. voor bij verkennend onderzoek. Tijdens het onderzoek komt er meer duidelijkheid over een concept. Bij historisch onderzoek bijvoorbeeld beschikt men meestal over beperkte bronnen vanuit het verleden. Hierdoor is het niet makkelijk om harde feiten weer te geven. Het onderzoek geldt dan als kwalitatief onderzoek. Hierbij ligt het accent meer op interpreterend dan verklarend (Swanborn, 1987, in methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek).

Zoals reeds opgemerkt het concept van Jacob en Esau vindt zijn oorsprong in de rabbijnse traditie. Hierin gaat het om de invloed van geestelijke machten achter de cultuur en het sociale systeem. In het functionalisme (een sociologische stroming) stelt Durkheim dat religie een belangrijke functie heeft om het sociale systeem in stand te houden (Smelser and Warner, 1976). Religie heeft echter nog een andere belangrijke functie namelijk het verbinden van de zichtbare wereld met de wereld van de goden. Deze goden zouden naast mensen mede verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van hun sociale systeem en cultuur (Psalm 82).

Volgens Weber was elke religie samengesteld uit een aantal goden, maar met de rationalisatie van de religie ontstond een duidelijk pantheon goden (Weber, in Ritzer, 1981). Speciale priesters waren volgens Weber verantwoordelijk voor het rationalisatie proces van de religie. De rabbijnse traditie stelt dat in joodse legenden het lot van bijvoorbeeld IsraŽl als belangrijkste vijand van Rome beter zichtbaar wordt dan in historische feiten (in Ginzberg, volume 5, 1998).

 

Aanvullend op voorgaande tekst over de relatie van geestelijke machten in het aardse gebeuren beschrijft MichaŽl Epstein (1997, in Appendix, Synopsis of Daniil Andreev's treatise The rose of The World)[3], een methode toegepast door Daniil Andreev. Volgens Daniil Andreev, is historie meer dan alleen maar waarneembare feiten en verbanden in onze tijdruimte. Het gaat juist om de verenigde geschiedenis van deze wereld met die van alle andere (onzichtbare) werelden. Het is de totaliteit van processen die in alle dimensies van de tijdruimte geÔmplementeerd zijn en die soms door de sociale geschiedenis van de mensheid schijnen. Deze geschiedenis is op zichzelf weer een bescheiden deel van de metahistorie. Andreev categoriseert drie stages van metahistorische kennis[4]:

1.      Verlichting.

2.      Contemplatie.

3.      Interpretatie.

 

Andreev beweert dat er supernaties met een (meta)cultuur zouden bestaan. Voorbeelden hiervan zijn de Rooms-Katholieke Supernatie, de Germaanse Protestante Supernatie en de Russische Supernatie. Elke supernatie zou zijn eigen transmythe, als een specifieke visie op de menigte realiteiten, creŽren. Dit is volgens Andreev de collectieve identiteit van aan elkaar verbonden naties. Een supernatie zou geflankeerd worden door twee (meta)culture gebieden. De bovenste laag[5] is de (meta)culture verblijfplaats van verlichte zielen van de supernatie, heilige steden en hemelse geesten. De onderste laag is het huis van de demonische machten van de supernatie.

 

Gesteld kan worden dat er dan ook Joods Supernatie zou zijn. De confrontatie zou dan gaan tussen de (meta)cultuur van IsraŽl en de (meta)cultuur van Esau, die zich kan openbaren in meerdere culturen.

 

Tot slot, Alice Woutersen-van Weerden (1997) beweert, dat in vroegere tijden geestelijke wezens als realiteiten ervaren werden en konden worden waargenomen met de toen nog bestaande helderziende vermogens van de mens. In mysteriescholen, die in zekere zin universiteiten van de oudheid waren werden deze methoden ontwikkeld. In vroegere tijden waren geloof en wetenschap nog ťťn. Momenteel bestaat er een grote kloof tussen beide, waardoor zij allebei dreigen te verdorren.

 

Het onderzoek is verkennend, inventariserend en beschrijvend. Het onderzoek heeft als doel na te gaan wat de verschillende bronnen ons eventueel te vertellen hebben over het verschijnsel van de tegenstelling tussen Jacob en Esau. Het zal duidelijk zijn dat het trekken van harde conclusies niet makkelijk zal zijn. Daarvoor is de materie te complex, zeker wanneer het gaat om bovennatuurlijke wezens, die zich niet kwantitatief laten meten en onzichtbaar zijn.

 

Het concept van Andreev kan ons hierbij helpen tot meer duidelijkheid over de onzichtbare werelden en de (meta)culture gebieden, die invloed zouden hebben op gebeurtenissen in onze tijdruimte.

 

1.3 Hoofdstukindeling

Begonnen wordt met een verdeling van de volken en hun goden in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de verhouding tussen Nimrod en Esau. Hierin wordt beschreven waarom tussen Nimrod en Esau overeenkomsten zijn. In hoofdstuk 4 Rebakka en twee naties gaat over het begin van de tegenstelling van Esau en Jacob en hun afstammelingen. Hoofdstuk 5 behandelt de strijd tussen Jacob en de engel. In hoofdstuk 6 wordt het mogelijke verband aangegeven tussen Esau en Edom en Rome. Hoofdstuk 7 handelt over de vier ballingschappen van IsraŽl onder de wereldrijken. Hoofdstuk 8 geeft de relatie aan tussen de functie van de troon van Salomo en de heersers van de vier wereldrijken aan. In hoofdstuk 9 wordt de relatie tussen Esau, Babel, Rome, het Christendom en Westen uitgewerkt. Hoofdstuk 10 beschrijft de engelenvorst van Rome en welke functies deze engel nog meer zou uitoefenen. Hoofdstuk 11 presenteert tenslotte een evaluatie en conclusies.

 

2 De verdeling van de volken en hun goden

In het eerste hoofdstuk IsraŽl, Hellas, Rome staat dat Babel, Edom en Rome worden geÔnspireerd door dezelfde engelenvorst. Het zou gaan om het principe van Esau, dat zich openbaart in verschillende culturen. De eerste cultuur is het Babylonische rijk onder Nimrod (De Graaff, 1993).

Hieruit rijzen vragen, omdat Nimrod een afstammeling is van Cham en Esau van Sem. Volgens de joodse traditie zouden de 70 naties die ontstaan zijn uit de afstammelingen van de zonen van Noach, Sem, Cham en Japhet, elk een eigen engelenvorst hebben. IsraŽl zou over twee beschermengelen beschikken MichaŽl en GabriŽl (Genesis 11:7 en 8, Ginzberg, Volume 5, 1998). Maar GabriŽl als engelenvorst zou niet in overeenstemming zijn met DaniŽl 10:20 (Ginzberg, 1998, Volume 5). De engelenvorsten staan echter wel onder de hoogste God aan wie zij verantwoording moeten afleggen.

 

Dit sluit tevens aan op Deuternomium 32:8 waarin te zien is dat de Allerhoogste de grenzen van de volken heeft bepaald aan het getal van de zonen Gods of IsraŽl[6] en dat Mozes (Deuternomium 4:19) tegen het volk IsraŽl zegt dat zij hun ogen niet mogen opslaan naar de hemel, de maan en de sterren en het gehele heer des hemels en die niet mogen dienen. Wat het laatste betreft, de Heere heeft deze toebedeeld aan de overige volken onder de hemel. Tevens staat in Project Gutenberg, the Legends of the Jews, 1998, dat God tijdens de bouw van de Toren van Babel de 70 engelen een specifieke natie met een specifieke taal toewees. Daarnaast wordt gesproken van 72 naties, dit omdat IsraŽl en Edom nog later zouden worden toegevoegd. De oorspronkelijke taal van de mensheid zou Hebreeuws geweest zijn. God maakte gebruik van deze taal bij de schepping. Rabbi Goldberger (1995) beweert dat ondanks het komen en gaan van naties "van de wereld" exact dezelfde naties niet verwacht kunnen worden te bestaan tot in eeuwigheid. Maar het getal "70" als het paradigma voor de heidense naties blijft in tact. Het is te begrijpen dat het originele aantal van 70 vervangen kan worden. Voorbeelden zijn Esau en IsmaŽl, ofschoon zij wortels hebben in een van het originele aantal van 70. Dit zou een verklaring zijn van de belofte aan Abraham.

 

A. Dughin (in Arctogaia, 1998) beweert dat een engel of hemels wezen is toegewezen aan elke natie in de wereld. Deze engel is in de gegeven natie constant aanwezig. In de traditionele samenlevingen openbaarde de engel zich in "goddelijke" koningen, grote helden, pastores en heiligen. Na de val van de monarchistische dynastieŽn kan de engel zich incarneren in een collectiviteit zoals een orde, klasse of zelfs een partij. Dus een natie geldt als een metafysische categorie. De natie bestaat niet slechts uit individuen, die dezelfde taal spreken en cultuur hebben, maar ook met een mysterieuze engel die zich toont in de geschiedenis. Een nationale engel moet volgens Dughin niet gezien worden als iets vaags, iets sentimenteels of schimmigs. Het is een intellectueel lichtend wezen en vertegenwoordigt de gedachte van God.

 

De engelenvorsten van de naties pleiten voor hun zaak bij de hoogste God. Deze engelenvorsten zijn echter jaloers en vijandig tegen IsraŽl en kunnen niet beschouwd worden als absolute goede engelen. De wraak van God op deze engelen wordt eerst uitgeoefend voordat de naties die aan hun zorg zijn toevertrouwd worden gestraft (The baptism of proselytes in christelijke klassieken, Calvin college 2000 en Ginzberg 1998, Brewer, 1999, angels "ministering spirits" in a Bible Study, United Baptist Church). Dit komt overeen met Psalm 82[7] waarin staat dat de goden veroordeeld kunnen worden en zullen sterven als mensen. Een voorbeeld is te zien in Ginzberg, Volume 6, 1998, waar God over de engelenvorst van Egypte een vonnis uitspreekt dan daarna over de Egyptenaren. De engelenvorst van Egypte zou volgens een rabbijnse visie Rahab of Duma zijn. Een andere rabbijnse visie beweert dat SammaŽl[8] de beschermengel van Egypte is (Ginzberg, volume 6, 1998). Maar er is ook een rabbijnse legende die beweert dat Uzza[9] of UzziŽl de beschermengel van Egypte was, die in de Rode zee geworpen zou zijn. UzziŽl was volgens joodse overleveringen in variaties gerangschikt onder de cherubs en de machten (Ginzberg, Volume 6, 1998, en Connnie Chronister, 2000, bewerking from Angels A to Z, Mark Bunsen).

 

De beschermengel Kal, de Babylonische Kalnebo, van Nebuchadnezzar zou eerst neergeworpen worden voordat het vonnis over de koning voltrokken werd (Ginzberg, volume 6, 1998).

De rabbijnen zouden ook weten van de algemene regel dat Gods wraak eerst zal worden uitgeoefend op de beschermengelen, voordat de naties die aan hen toevertrouwd zijn worden gestraft. Deze visie is ook te vinden in de Talmud en Midrash (Ginzberg, volume 6, 1998).

Verder staat in Deuternomium 4:7: Immers welk groot volk is er, waaraan de goden zo nabij zijn als de Heere, onze God, telkens als wij tot Hem roepen?

In de hemelse gewesten zouden er ook oorlogen zijn tussen de beschermengelen van de volkeren. God gebruikt ook deze engelen. Toch hebben zij in IsraŽl een gemeenschappelijke tegenstander. MichaŽl is de engel van IsraŽl (DaniŽl 10). Simcha Kuritzky (1984, in Kabbalistic Magic Part III) beweert dat Kabbalisten geloven dat er engelen zijn die zowel de naties als individuen beschermen. Wat er ook op de aarde plaatsvindt tussen naties wordt dit voorafgegaan door gelijksoortige activiteiten in de hemelse gewesten.

 

Wanneer echter IsraŽl God niet wil gehoorzamen wordt het beschuldigd door de engelen van de overige naties, beschermen de engelen MichaŽl en GabriŽl IsraŽl tegen de overige engelenvorsten. Immers wanneer God IsraŽl geen beschermengelen had toegewezen zou IsraŽl niet kunnen overleven vanwege de vijandige Heidenen (Project Gutenberg, 1998).

 

Opgemerkt wordt dat Maimonides[10] een bekende joodse godsdienstfilosoof in de 12e eeuw op rationele gronden de engelen die in de bijbel genoemd worden, gelijkstelde als natuurkrachten of natuurelementen, dan wel met door God geÔnspireerde mensen (Isodore Epstein, Geschiedenis van het Jodendom, 1965).

 

3 Nimrod en Esau

In de joodse traditie wordt gesteld dat Nimrod en Esau overeenkomstig handelden. De Encyclopedia Judaica vermeldt dat de twee beroemde jagers in de bijbel, Nimrod en Esau, als geringschattend worden beschouwd. Zij waren rebellen tegen God. Zij handelden tegengesteld aan de geest van het JudaÔsme. De Rabbijnse attitude tegen jagen is negatief. Zowel Nimrod als Esau doodden dieren om te doden. In de Joodse Torah is het onnodig doden, dus ook van dieren als Gods schepselen, niet toegestaan. Zij zijn de enigen in de bijbel van wie vermeld wordt dat zij jaagden om te doden. In het rabbijnse jodendom is jagen verboden (Humane Religion, Jews, Christians, and Hunting 1997). Hieruit kan eventueel gesteld worden dat zij handelden vanuit dezelfde (jagers) geest.

Nimrod zou de eerste mens geweest zijn, die vlees zou eten en in het bezit was van de twee mantels. De mantels waren in zijn bezit gekomen via KaÔn[11] van Adam. Adam en Eva hadden deze prachtige mantels ontvangen toen zij het Paradijs verlieten. Voor de zondeval waren zij gekleed in mantels van licht. De mantels waren door God gemaakt van de huid van een vrouwelijke Leviathan. Deze mantels dienden voor de generaties voor de zondvloed als priesterlijke mantels. Na Adam zouden de kledingstukken in het bezit van KaÔn zijn gekomen en na de dood van KaÔn en de zondvloed zou tenslotte Nimrod in het bezit van deze mantels zijn gekomen (Ginzberg, Volume 5, 1998 en Project Gutenberg, 1998). Deze mantels zouden de klederen zijn die God voor Adam en Eva gemaakt had.[12]

 

In Midrash Tanchuma staat dat de de tweeling Esau en Jacob opgroeiden. Esau werd een man ervaren in de jacht en een man van het veld. Uit dit vers zou de neiging van Esau tot bloeddorst afgeleid kunnen worden (Rabbi Jeff Forsythe, in zijn commentaar op Genesis 25:27, in Hashkofa, 2000).

 

Tevens staat in de the Legends of Jews (Project Gutenberg, 1998) en Louis Ginzberg (Volume 5, 1998) dat de Satan[13] (SammaŽl) verscheen aan Nimrod en hem adviseerde om Abraham te grijpen.

Nimrod liet Abraham de zoon van Terah, die een hoog ambt had aan het hof van Nimrod, arresteren en hij wilde Abraham later doden. Dit omdat Abraham de (af)godsbeelden van Nimrod weigerde te aanbidden. Abraham ontsnapte echter wonderbaarlijk met de hulp van God. Tevens wordt beweerd dat Nimrod in het bezit was gekomen van de kledingstukken, die God aan Adam gegeven had. Esau zou later Nimrod vermoorden, zodat hij in het bezit van de mantels kwam (Project Gutenberg, Volume 5, 1998).

 

3.1 Nimrod en het verderf van de mensheid

Nimrod zou de eerste corrupte leiders zijn die tegen God rebelleerde. Nimrod had van zijn vader twee mantels gekregen. Deze kledingstukken[14] waren door God gemaakt en gegeven aan Adam en Eva toen zij het paradijs verlieten. Kush, de vader van Nimrod zou deze mantels weer ontvangen hebben van zijn vader Cham. Hoe was Cham aan deze mantels gekomen? Vanaf Adam en Eva, waren de mantels afgestaan aan Henoch, Methusalem en tot slot aan Noach. Noach had de mantels meegenomen in de Ark. Toen Noach en zijn familie de ark verlieten zou Cham de mantels gestolen en verborgen hebben. Vervolgens gaf hij de gewaden aan Kush. Kush gaf de mantels weer aan Nimrod, toen hij 20 jaar was geworden. Deze kledingstukken zouden wonderbaarlijke eigenschappen hebben. Degene die zo'n mantel zou dragen zou onoverwinnelijk en onweerstaanbaar zijn. De dieren en vogels in de bossen zouden voor Nimrod neervallen zodra zij hem in het oog kregen toen zij zich in slagorde voor hem opstelden. Hetzelfde overwinningsprincipe gold voor zijn strijd tegen mensen. Zowel de dieren als de mensen waren onkundig van waarom hij onoverwinnelijk was. Dit betekende dat hij macht kreeg over hen en mede daarom benoemden zij hem tot koning. Deze benoeming kwam na conflicten tussen afstammelingen van Kush en Japhet (Project Gutenberg, 1998 en Bible Prophecy Research, 1999). Zowel de Japhieten als de Semieten hadden hun eigen stamhoofden. Joktan was de leider van de Semieten en Phenech van de Japhieten. Nimrod kon hen gemakkelijk overwinnen[15] (Ginzberg, Volume 5, 1998, Project Gutenberg, 1998).

Nimrod koos Shinear als hoofdstad. Vandaar bouwde hij zijn rijk verder uit, totdat hij de enige heerser was over de wereld. Als de negende heerser vanaf de schepping bezat hij dezelfde macht als de Messias. Hij liet afgodsbeelden van hout en steen maken, die aanbeden moesten worden. Door het succes van Nimrod vertrouwden de mensen niet langer meer in de afhankelijkheid van God, maar in hun eigen dapperheid en bekwaamheid. Van Nimrod moesten alle mensen in de wereld zich tot deze visie bekeren. Daarom zeiden de mensen: Er is niemand zoals Nimrod een machtige jager van mensen en dieren, maar een zondaar voor God.

De onrechtvaardigheid en de goddeloosheid van Nimrod zou zijn climax bereiken bij de bouw van de Toren van Babel. De bouw werd uitgevoerd in Shinear door 600.000 mensen. Zij wilden alle wezens[16] doden in de hemel. Daarom riep God de 70 engelen rondom zijn troon om naar de aarde te gaan en de talen te verwarren. Elke engel ontving een natie (Project Gutenberg, 1998).

 

Toch zou God de zondige generatie van de toren van Babel lankmoedig straffen in vergelijking met de generatie van voor de zondvloed. De generatie voor de zondvloed werd totaal vernietigd, terwijl de generatie van de toren werd gespaard ondanks hun godslasteringen en hun overige handelingen tegen God (Project Gutenberg, 1998).

 

4. Rebekka en twee naties

Toen Rebekka zeven maanden zwanger was kreeg zij pijn in haar buik[17] omdat de tweelingen begonnen aan hun levenslange twisten. Zij probeerden elkaar te Esau ging er vanuit dat er geen beter leven was dan het aardse leven met zijn materiele genot. Jacob antwoordde echter: Mijn broer er zijn twee werelden. De huidige wereld en de toekomende wereld. Ik kies voor de toekomstige wereld. Esau had de engel SammaŽl als zijn bondgenoot, die Jacob in zijn moederschoot trachtte te doden. Maar de engel MichaŽl[18] kwam Jacob helpen. Zelfs in de moederschoot[19] was er al strijd om het bezit van het eerste geboorterecht. Elk wilde de eerste zijn. Toen Esau dreigde dat hun strijd het leven van hun moeder zou kosten liet Jacob hem voorgaan (Project Gutenberg, 1998).

Rebekka vroeg aan andere vrouwen of zij een soortgelijke pijn hadden gehad. Zij antwoordden dat zij nog nooit zo'n situatie hadden meegemaakt en gehoord behalve bij de zwangerschap van de moeder van Nimrod. Zij ging naar de berg Moria waarop Shem en Eber hun Bet -ha -Midrash hadden. Shem antwoordde haar: "Ik vertrouw u een geheim toe. Twee naties zijn in uw schoot. De wereld is te klein om vreedzaam met elkaar te leven. Een wereld die van zonde is en een wereld die van de Torah is. De ene natie is Rome en de andere natie is Jacob. De twee naties zijn nodig om de overige 70 naties te verheffen. Beide naties zullen worden gehaat in de wereld. Esau zal eerst de wereld onderwerpen, maar aan het einde van de tijden zal Jacob heersen". De heerschappij over de wereld door IsraŽl onder de Messias zal echter eeuwig zijn doden (Project Gutenberg, 1998). Hierover later meer.

 

In Ginzberg (Volume 5, 1998) staat dat Rebekka als profetes voorzag dat de Romeinen, de afstammelingen van Esau, een groot deel van de joodse geleerden zouden doden. Zij bad tot God te voorkomen niet alle geleerden te vernietigen.

 

4.1 Esau en Jacob

Tijdens hun jeugd gingen beide broers naar school, maar toen zij 13 jaar waren scheidden hun wegen. Terwijl Jacob zijn studies voortzette in de Beth ha Midrash van Sem en Eber diende Esau afgoden en leidde een immoreel leven. Hij doodde o.a. mensen en ontkende God. Hierbij waren Nimrod en twee van zijn adjudanten. Tussen Esau en Nimrod zou een langdurige vijandschap bestaan (Project Gutenberg, 1998). Dit omdat de machtige jager Nimrod jaloers was op Esau, die hem evenaarde in de jacht. Esau lag in een hinderlaag. Toen Nimrod zijn mantel[20], waardoor hij onoverwinnelijk was, had afgedaan, kon Esau hem doden. Esau stal deze kledingstukken, waardoor Esau de macht kreeg over dieren en mensen (The Legend of Jews, 1998, in Project Gutenberg en Ginzberg, Volume 5, 1998).

 

5. Jacob strijdt met een engel

In D'Var Torah (1998) staat dat Jacob streed met G-d of MichaŽl. Maar er zijn ook andere interpretaties (o.a. Rashi) dat Jacob worstelde met SammaŽl de beschermengel van Esau. In Shabbat Vayishlah, 1997, schrijft rabbi Allan Kensky, dat Jacob worstelde met de beschermengel van Esau. Zoals de beschermengel van Esau faalde Jacob te verslaan, zo zullen de toekomstige vijanden van IsraŽl proberen IsraŽl te vernietigen, maar zij zullen daar niet slagen. In the Weekly Torah Portion, a selection of Midrash and Talmud schrijft rabbi Bell (1996) dat de engel van Esau vocht tegen Jacob, maar hem niet kon verslaan.

In Ginzberg (Volume 5, 1998) staat dat er in de legenden verschillende verklaringen zijn voor deze engel. Volgens een verklaring wordt Metatron=Michael aangehouden als de beschermengel van IsraŽl.

Andere bronnen in Ginzberg (Volume 5, 1998) beweren dat Jacob streed met de beschermengel van Esau. Tevens staat in Ginzberg (Volume 5, 1998) dat deze engel SammaŽl[21], de beschermengel van Rome en Esau, zou zijn. Esau zou de Romeinse officials symboliseren.

 

5.1 Waarom worstelde Jacob in de nacht met een man?

De Talmudische rabbi's beweren dat de "man" geen standaard menselijk wezen was. Hij was de beschermengel[22] van Esau en zijn waarden (Rabbi Forsythe, in Hashkofa[23]: Torah Views, 2000). Volgens, Zohar in Ginzberg (Volume 5, 1998) is de beschermengel van Esau SammaŽl, omdat hij de engelenvorst van Rome is. Verder staat nog in Ginzberg dat ook in de kabbalistische literatuur SammaŽl de engel van Esau is. Hij koos de mensen van Seir als zijn volk. Satan is volgens Simcha Kuritzky (1984) de beschermengel van het Romeinse Rijk en hij was tevens de agent van de Diaspora (ballingschap). Een ballingschap die het gevolg zou zijn voorde joden, als straf voor hun ongehoorzaamheid aan God.De Pentateuch, over Genesis hoofdstuk 32:24 en 25 vermeldt dat Jacob worstelde met een man. Deze man zou de beschermengel van Esau zijn, de incarnatie van het kwaad. Verwezen wordt naar Hosea 12:4 en 5, waar Jacob worstelde met een engel. Jacobs worsteling met de "man" zou de strijd met het kwaad symboliseren, die hij en zijn afstammelingen tot het einde zou moeten voeren[24]. Anderen beweren dat het een heilige engel was die de strijd van Jacob met het geestelijke in de toekomst symboliseerde[25]. Opvallend is wel dat zowel de man (Genesis 32, 27-30) als God (Genesis 35, 9-11) Jacob zegenden en tegen hem zeiden dat zijn naam voortaan IsraŽl zou zijn. Rabbi Jeff Forsyth, beweert dat Jacob streed met zowel God als de mensen en hij overwon. Dit zou een test van God[26] betekenen. Hij noemt Pirkai DeRebi Eliezer, die beweert dat het de engel IsraŽl was, die Jacob zijn naam veranderde in zijn naam, namelijk IsraŽl (Jeff Forsythe, in Hashkofa, 2000).

 

5.2 Waarom streed Jacob met de engel van Esau?

Volgens Harry Simon Maurice Sperling (1934, in de Zohar vertaling, the Socino Press, London) was er een boom waarvan Adam en Eva de vruchten niet mochten eten op straffe des doods. Door de zondeval werd de eerste boom vernietigd die God had geschapen in de wereld. Vanuit het verborgene bracht SammaŽl vloeken door Wijsheid op de wereld. SammaŽl vernietigde tevens de eerste boom (de boom des levens) die God in de wereld geschapen had. Deze verantwoordelijkheid was nu bij SammaŽl totdat er een andere heilige boom zou komen. Jacob was het symbool van deze boom. Jacob zou echter de zegeningen van SammaŽl los moeten worstelen. De reden hiervoor is dat SammaŽl niet boven en Esau beneden gezegend zouden blijven. Jacob zou een reproductie van Adam zijn. Als SammaŽl de zegeningen vanuit de eerste boom zou tegenhouden, zou Jacob die zich bevond, zoals Adam,onder de andere boom, hetzelfde doen. Jacob zou dan in staat zijn de zegeningen zowel boven als beneden voor SammaŽl tegenhouden. Hierdoor kon Jacob de zegeningen terug veroveren.

 

Volgens Gershom Scholem (Zohar, 1995) ontving Jacob zegeningen op verschillende tijdstippen van:

1.      God (Elohim)[27].

2.      Zijn vader[28].

3.      De beschermengel van Esau[29].

 

Wanneer de tijd aanbreekt dat deze zegeningen gaan werken, zal de wereld in harmonie zijn. Eťn koninkrijk zal dan toezicht hebben over alle koninkrijken in de wereld. Dit koninkrijk zal voor eeuwig standhouden. Volgens Rabbi Eiliyahu Safrah (1999, in Insights on the Haggadah and Pesach) gaat de strijd tussen Jacob en Esau net zolang door, totdat de Messias zal komen. Dit blijkt omdat in de Torah staat dat een man met Jacob worstelde tot het aanbreken van de dag.

 

Schochet (1991) beweert dat in chassidische teksten zou staan, dat Jacob na de worsteling gereed was voor de uiterste Messiaanse Verlossing[30]. Jacob zou een groot deel van de Torah geleerd hebben en hij diende de Almachtige met heel zijn hart. Daarom zou Jacob gereed zijn voor de werkelijke en finale verlossing. Het bleek echter dat Esau op dat tijdstip hiervoor niet ontvankelijk was. Esau zou daardoor dus de verlossing uitstellen. Dit omdat hij zich nog niet wilde bekeren, wat blijkt uit het antwoord van zijn boodschappers (Genesis 32:6).

 

5.3 Wat zijn de principes van Jacob en Esau tijdens de worsteling?

 

Rabbi Jeff Forsythe(in Hashkofa: Torah views, 2000) beweert dat de worsteling niet fysiek van aard geweest zou zijn. Het zou gaan om een strijd zijn tussen de waarden, ideologieŽn en leefstijlen van Jacob en Esau.

Jacob is het prototype van de jood (tzadik) en het joodse gezinswaarden systeem. Heilig, godvruchtig, Godvrezend die gehoorzaam is aan de Torah. Jacob vertegenwoordigt mededogen, vriendelijkheid, dankbaarheid, de zorgzame echtgenoot en vader, leerling en onderwijzer van de Torah. Vanwege deze kwaliteiten zouden hij en zijn afstammelingen steeds worden aangevallen.

Esau is het prototype van macht, militarisme, politiek, prestaties in de wereld buiten het huis, verovering en de afwezigheid van moraal. Iemand die wil doen wat hij zelf wil.

Het is dus een worsteling tussen waarden en normen. Een strijd tussen geestelijke en wereldlijke waarden.

 

De nacht presenteert de ballingschap. Dit geldt voor de joden, zolang zij geen tempel hebben en een verenigde joodse Torah gemeenschap in het land IsraŽl[31] ontbreekt (Hashkofa, 2000, Rabbi Jeff Forsythe).

 

6. Esau is Edom en Rome

Esau zou zich later Edom noemen, wat in het Hebreeuws betekent rood[32]. Rood betekent dat Esau en zijn afstammelingen een typering zijn van oorlog, moord en bloeddorst[33] (Rabbi Jeff Forsyte in Hashkofa, 2000). Esau zou de voorvader zijn van de natie Edom en haar aard. Terwijl Edom vervolgens de geestelijke (voor)vader vanRome en haar aard zou zijn. De Talmud wijst Rome aan als een natie en een cultuur van schuld en kwaad (Hashkofa, 2000, Rabbi Jeff Forsythe). Vooral na 1700 zouden veel huidige krachten de Torah proberen te vernietigen. Dit zijn Haskala, Communisme, Socialisme, Nazidom, Materialisme, Seculier Zionisme, JudaÔsme zonder Torah, AtheÔsme, Missionarissen en Assimilatie. In de huidige tijd pretendeert het westen te beschikken over de meest geavanceerde, authentieke en progressieve beschaving. Zelfs de Christenen die ook afstammen van Rome beweren dat zij het nieuwe IsraŽl zijn. Zij noemen de Joden HebreeŽrs. Joden zijn volgens hen niet langer meer IsraŽl en zij beweren tevens dat zij de ware religie[34] hebben (Rabbi Jeff Forsythe, in Hashkofa, 2000).

 

In een publicatie van een preek en exegese van Rabbi Jeff Kurtz-Lendner[35] (1999) over Genesis 25:27-28, volgens de Midrash, staat dat Edom een machtige natie Rome zou worden. Rome zou de helft van de aarde langdurig beheersen. Rome zal veel bijdragen aan de mensheid. Het zal ook het ontstaan mogelijk maken van een grote religie namelijk het Christendom, het tweede kind van God.

 

Door de christelijke geest zal God regeren en zal de naam van God bekend gemaakt worden. Het christendom zal de naam Edom[36] erven, tevens regeren door middel van tirannie en marteling[37] en oorlog voeren in de naam van God. Het christendom is jaloers op IsraŽl[38] en zal IsraŽl eeuwen vervolgen.

 

6.1 MagdiŽl is Rome

In de Pentateuch over Genesis hoofdstuk 36:43, is te lezen dat de Edomitische stam onder leiding van MagdiŽl Rome gesticht zou hebben[39].

 

7. Ballingschappen

 

7.1 De huidige ballingschap

IsraŽl zou in vier ballingschappen terechtkomen. IsraŽl zou nu leven in de vierde joodse ballingschap, namelijk die van Rome inclusief de westerse beschaving. Rome vernietigde de Heilige Tempel, het traditionele joodse leven en doodde duizenden joden en verspreide het joodse volk over de hele wereld. Vanwege deze worsteling profeteert de Torah (Rabbi Jeff Forsythe, in Hashkofa, 2000) dat de Messias volgens de rabbijnen voor het joodse jaar 6000 zal terugkomen. We leven nu ongeveer in het jaar 5760.

 

De huidige ballingschap van Edom-Rome wordt zo genoemd omdat de Romeinen de heilige tempel verwoestten. Deze ballingschap wordt verdeeld in twee tijdperken. Deze tijdperken worden geregeerd door twee stamhoofden.

De eerste leider is MagdiŽl. Zijn naam betekent en is een uitdrukking van "hij verheft zichzelf boven elke god" (DaniŽl 11:36). In de eerste periode van de ballingschap breidde het Romeinse Rijk zich uit over de toen bekende hele wereld[40]. De Romeinen probeerden het JudaÔsme te overwinnen. Hierdoor was het voor de joden moeilijk de Torah te bestuderen (Rabbi Schochet, in Living with Messiah, 1991).

 

7.2 De vier koninkrijken waaronder de ballingschappen (Ginzberg, volume 5, 1998).

 

De vier koninkrijken:

1.      AssyriŽ-Babylon.

2.      MediŽ en PerziŽ.

3.      MacedoniŽ-Griekenland.

4.      Edom (Rome). Later zou het vierde rijk een vorm zijn van Edom en IsmaŽl, zoals het Christendom en de Islam (Ginzberg, Volume 5, 1998).

 

De vier ballingschappen zijn:

1.      Babylon- Chaldea.

2.      MediŽ-PerziŽ.

3.      MacedoniŽ-Griekenland.

4.      Edom-Rome en IsmaŽl ArabiŽ.

 

7.3 De vier koninkrijken en hun ballingschappen

Rabbi Mendel Weinbach, in zijn commentaar op inzichten in Megillas Ester[41] (1995) beschrijft de droom van Jacob te Bethel (Genesis 28:10-16). Jacob zag de engelen klimmen op een ladder naar de hemel. Deze engelen zijn de beschermengelen van de vier rijken van de vier ballingschappen.

 

De ballingschap onder Babylon

Jacob zag de engel, Kalnebo van Babylon-Chaldea 70 sporten klimmen. De sporten zouden het aantal jaren van de ballingschap in de betrokken natie symboliseren.

In BabyloniŽ ontwikkelde volgens Isodore Epstein (1965) de joden een krachtige religieuze werkzaamheid. Zij zagen zich bedereigd met een spoedige ondergang als volk door een welhaast onvermijdelijk schijnend opgaan in hun heidense omgeving. Toch zag de overheid van BabyloniŽ het belang in de joden toe te staan hun eigen godsdienst te blijven uitoefenen. Veel joden kregen hoge en invloedrijke posities, zoals bijvoorbeeld DaniŽl.

 

De ballingschap onder MediŽ en PerziŽ

Daarna kwam de engel, Dobiel[42] van de Meden en Perzen, die 52 sporten klom. Deze sporten symboliseerde de Medische ballingschap. In deze periode probeerde de Amalekiet Haman[43], de joden te vernietigen. In Ginzberg (Volume 6, 1998) staat dat Amalek eveneens Rome zou voorstellen. Hier is dus het zaad van Esau weer te zien in het Perzische Rijk. In Ginzberg, (Volume 6, 1998) staat dat Mordechai een sluipmoord op Ahasueros heeft voorkomen. SammaŽl zou geprobeerd hebben het gif uit de beker te verwijderen, waardoor de beschuldiging van mordechai vals geweest zou zijn. GabriŽl deed het echter terug in de beker, waardoor de samenzwering werd ontmaskerd.

Toch zouden joden volgens Isodore Epstein (1965) onder het Perzisch bewind net zoals onder BabyloniŽ onder gunstige omstandigheden geleefd hebben.

 

De ballingschap onder MacedoniŽ en Griekenland

Vervolgens kwam de engel van MacedoniŽ-Griekenland. Deze engel klom 180 sporten. Dit is de Hellinistische ballingschap. De Joden zouden onder dit juk tijdens het bewind van Antiochus IV lijden tot aan hun bevrijding op Chanukah[44] (Rabbi Mendel Weinbach, 2000 en Isodore Epstein (1965).

 

Volgens Isodore Epstein (1965) was Alexander de Grote van MacedoniŽ geen wereldveroveraar van het gewone type. Hij was niet uitsluitend gericht op het verwerven van meer macht. Hij had een hoger doel om de Griekse beschaving te verspreiden en de hele wereld deel te doen hebben aan haar geschenken. Alexander wilde de Griekse beschaving niet onder dwang opleggen. De joden konden onder zijn bewind hun eigen geloof blijven uitoefenen en handhaven. Dit gold ook onder gedeeltelijk zijn opvolgers[45]. Later zou onder de Seludische Antiochus IV, Theos Epifanes (de op aarde verschenen god) (175-164 v. Chr.) in Palestina de joden onderdrukt worden.

Het Hellinisme dat Palestina en de overige landen ten oosten van de Middellandse Zee bereikte was helaas niet de klassieke beschaving die op wijsgerig gebied haar hoogste uitdrukking had gevonden in Pythagora, Socrates, Plato en Aristoteles. Dit was primitiever en oppervlakkiger en vermengd met veel niet Griekse, oriŽntaalse elementen. Het was een vernis dat soldaten, kooplieden en de slavenhandelaren bezaten. Antiochus[46] wilde het jodendom uitroeien. De tempel werd dienstbaar gemaakt aan de verering van de Olympische Zeus.

 

Het Hellinisme zou later veel invloed uitoefenen op de westerse beschaving. Dit zou aanvangen met veroveringen van de grootste leerling van Aristoteles, Alexander de Grote. Deze "geest" zou tot in de huidige tijd als de "Griekse geest"met behulp van Hellenistische modellen[47] de westerse wereld zijn karakteristieke identiteit[48] schenken (Steve Mathe, 1995, in The Ides of Chanukah and Twilight Zone of Time).

Rabbi Jeff Forsyth ( in Hashkofa, 2000) schrijft nog, dat zij die voorstanders van de gelijkheid en de geldigheid van alle ideologieŽn zijn, democratie claimen en stellen dat er geen absolute waarheden zijn, er aan herinnert moeten worden, dat democratie een Grieks idee is. Ongeveer 2200 jaar geleden zouden de Grieken proberen de Torah proberen omver te werpen en de Tempel in Jeruzalem te sluiten.

De samenleving en de waarden brokkelen momenteel zijn duidelijk aan het afbrokkelen. Er zouden geen absolute waarheden meer bestaan. God echter weet meer over de werkelijkheid dan dode Grieken, ondanks dat Europeanen en Amerikanen aanhangers zijn van hun levenloze waarden.

 

De ballingschap onder Edom-Rome

Tot slot kwam de engel SammaŽl van Edom-Rome. Deze engel bleef klimmen. Jacob vroeg God of deze ballingschap nooit zou eindigen. God verzekerde Jacob dat zelfs wanneer Edom-Rome met zijn leger de sterren zou bereiken God hem neer zou werpen (Ginzberg, Volume 5, 1998). De invloed van geest van Edom zou zijn hoogtepunt bereiken onder het bewind van keizer Justianus I[49], 527-565 CE (Steve Mathe, 1995).

Volgens Weinbach, 1995, zouden de visies van DaniŽl duidelijkheid op deze droom kunnen geven. Ondanks dat het koningschap van Edom verwijst naar de laatste van de vier wereldrijken (DaniŽl 4-5) bestaat Rome als wereldmacht niet meer. Maar de erfenis van Rome de Westerse Beschaving regeert nu de wereld. Wanneer de rabbijnen beweren dat het koningschap van de Messias zal opstaan in de context van de westerse beschaving dan symboliseert dat de hiel van Esau. Dit betekent het geestelijke falen en het morele bankroet van die beschaving, waardoor dit een katalysator zou zijn van de komst van de Messias (Beresheit 25:26).

 

Het einde van de vierde ballingschap

Wanneer zal de vierde ballingschap eindigen. Dit zal gebeuren bij de komst van de Messias.

In een artikel van Assembley of Masorti Synagogues in Britain, 2000, staat dat in de Zohar voorspeld wordt, dat aan het einde der tijden God IsraŽl zal doen terugkeren in het Heilige Land. Hij zal IsraŽl verzamelen vanuit de ballingschap. Het einde der tijden refereert niet aan het Messiaanse tijdperk, maar het einde van de ballingschap. Een periode waarin verschrikkelijke en verwoestende momenten voor het joodse volk zullen gebeuren.

Voor de komst zullen SeÔr, de Yezer ha-Ra (de kwade neiging) en het goddeloze koninkrijk Rome verwijderd worden (Ginzberg, Volume 5, 1998).

Rabbi Judah Loew ben Bezalel[50] van Praag (1525-1609) voorspelde dat de realisatie van een seculiere joodse staat de voorbereiding zou zijn van de komst van de Messias.

Hij beweert dat de komst van de Messias niet een plotselinge gebeurtenis is, maar een proces[51] inhoudt. In de Midrash zou volgens de rabbi staan dat het rijk van Edom-Rome een aanzet zal geven tot een nieuw koninkrijk, namelijk het Koningschap van de Messias.

Maar het betekent ook dat het koninkrijk IsraŽl een ontwikkeling[52] ondergaat. Het is te vergelijken met een vrucht die in een bolster groeit. Wanneer de vrucht rijp is, valt de bolster er vanaf. Het koninkrijk van IsraŽl ontstaat en groeit binnen in het koningschap van de naties. Wanneer IsraŽl de complete rijpheid bereikt heeft dan zullen de naties verwijderd worden. De Messiaanse revolutie[53] zal plaatsvinden in de harten en gedachten van de mensen.

 

Dan zien we:

-         De overwinning van de spiritualiteit over het materialisme[54];

-         Trouw aan God in plaats van vertrouwen in eigen kracht;

-         Een bewustzijn van de Goddelijke Voorzienigheid in plaats van het geloof in blinde toeval.

 

Rabbi Jeff Forsyth (2000, in Hashkofa) schrijft dat in het laatste kwartaal van de vorige eeuw de zon over het jodendom is gaan schijnen. Het bestuderen van de Torah inclusief het naleven en het oprichten van instituten, zien we nu wereldwijd weergaloos toenemen. Momenteel zijn er meer Joden die volgens Torah willen leven dan Nazi leden, leden van de Romeinse senaat en Griekse filosofen die met het idee kwamen van de democratie. De engel van Esau zal tenslotte zien dat hij Jacob[55] niet zal kunnen verslaan.

 

Isodore Epstein (1965) schrijft, dat volgens het Talmoedische jodendom het rijk Gods door de komst van de Messias zal worden ingeluid. Volgens de joodse leer zou de Messias geen bovennatuurlijk, noch een goddelijk wezen zijn, die zonden vergeeft en niet met God gelijkgesteld wordt. Hij zal er voor zorgen IsraŽl weer terug te brengen in het oude vaderland. Hij zal vanuit een hersteld IsraŽl de zedelijke en geestelijke regeneratie van de gehele mensheid tot stand brengen en daarbij alle mensenkinderen tot waardige burgers van het rijk Gods te maken. Dan zal de heerschappij van de heer universeel zijn.

Het rijk Gods in zijn Messiaans kader en vervulling op aarde is slechts een voorspel tot de voleinding van het rijk in de bovenhistorische en bovennatuurlijke wereld die eens haar intrede zal doen[56]. Een rijk, in de woorden van de Talmoedgeleerden, dat volgens Jesaja 64,3 geen oor ooit heeft vernomen en geen oog ooit heeft aanschouwd.

 

8. De vier koninkrijken en de troon van Salomo

IsraŽl als natie zou ontspringen bij Salomo, omdat hij van God de Tempel mocht bouwen (Ginzberg, Volume 6, 1998).

Salomo probeerde de staatsmacht in Jeruzalem te centraliseren. Naar Egyptisch en Mesopotamisch voorbeeld verdeelde Salomo zijn rijk in twaalf districten. Hij hield ook geen rekening meer met de voormalige stammengrenzen. Vanuit politiekhistorisch oogpunt kreeg het koningschap onder Salomo een andere inhoud. In tegenstelling tot zijn vader bracht hij zelf offers en zegende hij zijn volk. Hij vervulde dus tevens uitgesproken priesterlijke functies. Salomo was voor goddelijke boodschappen niet op profeten aangewezen. Hij kon dus zelf rechtstreeks met God in contact komen. (Alle Bijbelse Personen, in Reader's Digest, 1995).

In Ginzberg (Volume 6, 1998) staat dat de "vier koninkrijken" elk (tijdelijk) het bezit hebben gehad van de troon van Salomo. De troon was het symbool van "Cosmocratia". Nebuchadnezzar zou de troon bestegen hebben en daarna Cyrus[57]. Aan Ahasveros werd dit niet toegestaan omdat hij geen "Cosmocrator "zou zijn geweest zoals de eerste twee. De heerschappij van de Meden en Perzen zou de consequentie geweest zijn van de overwinning door de beschermengel Dobiel van de Meden en Perzen op GabriŽl[58].

Alexander de MacedoniŽr zou na de verovering van Babylon de troon van Salomo naar Egypte gebracht hebben. Hij zou vanwege zijn grote wijsheid geen enkele poging gedaan hebben de troon te bestijgen. De troon zou tenslotte in Rome gebracht worden. Deze "vier koninkrijken" zouden elk het bezit van Salomo's troon geweest zijn tijdens hun regering. Deze troon was het symbool van "Cosmocratia".

 

9 Relaties Esau, Edom, Babel, Rome, het christendom en het westen

 

9.1 Obadja

Rabbi Yaakov Asher Sinclair schrijft (in Torah Weekly, Vayishlah, 12/13, 1997) dat het boek van Obadja het geringst is in de Tanach. Obadja had zich bekeerd vanuit Edom tot het jodendom. Esau zou geleefd hebben tussen twee tzadkim (rechtvaardigen). Dit waren Izašk en Rebekka, maar hij was echter niet in staat om iets van hen te leren.

Obadja leefde tussen de goddeloze Achab en Izebel. Toch bleef hij een tzadik. Zijn profetie tegen Edom volgt verschillende perioden van de geschiedenis tot nu toe en de eventuele komst van de Messias.

De joodse legenden zouden Rome als de personificatie van Edom verstaan. Er is volgens Sinclair geen historische informatie van een feitelijke relatie door afstamming. Maar als de innerlijke kern van Rome beschouwd wordt dan is hierin de meest briljante realisatie van het Esau/Edom principe te zien. Esau was een jager niet slechts met zijn pijl en boog maar ook met zijn "mond". Hij zou onschuld weten te veinzen met als doel, anderen in zijn net te doen verstrikken. Zijn vader voorzag profetisch dat hij zou leven van zijn zwaard (Genesis 27:40).

Rome was een maatschappij van het zwaard, militaire dapperheid en sterkte. Tot slot brokkelde Rome ineen. Dit omdat de pijlers van haar fundament misleiding en macht nooit een basis kunnen zijn voor een langdurige beschaving. Rome is altijd een onverzoenlijke vijand van IsraŽl geweest. De missie van IsraŽl is om de door God gegeven principes van rechtvaardigheid, broederlijke liefde en moraliteit door de eeuwen uit te dragen.

 

Rabbi Jeff Forsythe (2000, in Hashkofa) beweert dat het meest verbazingwekkende in de Midrash over Edom Rome, zou blijken uit wie Obadja was geweest. Omdat hij een tot het joodse geloof bekeerde Edomiet was, kende hij van "binnenuit" het kwaad, de arrogantie en de leegheid van Edom. Hij was uniek uitgerust om te begrijpen en te onderwijzen over de eventuele ondergang die over Rome zou komen. De Westerse beschaving schijnt oppermachtig te zijn. Zij denkt overal een antwoord op te hebben. Zij vliegt hoog in de hemel (zelfs tot de sterren in de ruimte). Dit betekent alles niets. God zal zelf overleven en de samenleving van Esau doen ineenstorten. Hij zal de samenleving van Jacob doen oprichten, dat is loyaal aan de Torah zijn. God zegt "wees niet bevreesd, mijn dienaar Jacob (Jeremia 30:10).

 

9.2 De relatie Edom en Babel

In Genesis 27: 39-40 en JubileŽn 26:34 staat o.a. dat Esau van zijn zwaard zal leven en dat hij zijn broeder zal dienen. En wanneer gij u krachtig inspant en groot wordt[59] dan zal gij het juk afwerpen. Esau huwde twee Kašnitische vrouwen, die een kwelling des geestes waren voor Rebekka en Jacob (Genesis, 26:34-35).

Michael Boaz IsraŽl ben-Abraham (Warder Cresson), 1852, in Orgin of Edom, Babylon, and Rome, or Christianity, haalt Psalm 137:7-8 aan. Hierin staat dat de Edomieten zeiden: breek de tempel tot de grond toe af. Gij (Edom) dochter van Babel enz. Volgens ben-Abraham zien we hier dat Edom en Babylon[60] een synoniem zouden zijn.

Edom zou later veroverd worden door Albianus de koning van Kittim[61]. Kittim[62] wordt hier beschouwd als een locatie of gebied in de buurt van het latere Rome.

 

Verder zouden de bekende joodse rabbi's en geleerden zoals Kimchie, Aben-Ezra, Maimonides en Ababanel beweren dat alle heidense christenen het zaad of de kinderen van Esau of Edom zouden zijn. De profeten zouden niet slechts profeteren tegen het land Edom, maar ook tegen de kinderen van Kittim (MichaŽl IsraŽl ben-Abraham (Walter Cresson), 1825).

Tevens zouden Babylon en Rome volgens ben-Abraham (Walter Cresson), 1825, in The "true Mother", or Church, synoniem zijn (Petrus 1:13).

 

9.3 Geografie, Kittim en Zepho koning van Kittim

Kittim

Meir Bar-Ilan (1990) in zijn commentaar op het boek the Date of the Words of Gad The Sheer) schrijft dat in vers 78 van dit boek een zin staat van "Wee tot u, o, Edom die in het land Kittim in het noorden van de dag" verblijft. Dit vers reflecteert duidelijk aan Numeri 21:29 en 24:23. De consequentie hiervan is dat het gebruik van Kittim, zich zou identificeren met Edom, waarschijnlijk Rome.

Ian Hutchesson (1998 in History and Religion) beweert dat tot aan de ontdekking van de Dode zee Rollen Kittim[63] als Cyprus gezien werd.

In de Pentateuch staat dat Josphus Kittim[64] identificeert met Cyprus, terwijl deTargum Kittim identificeert met ItaliŽ en de Romeinen.

 

Zepho

Zepho een kleinzoon van Esau zou koning van Kittim in ItaliŽ geweest zijn (Ginzberg, Volume 5, 1998). Zepho zou vanuit Egypte naar Afrika (Carthago) gevlucht zijn.[65]. Vervolgens zou hij koning van Kittim worden. In Ginzberg, 1998, staat dat Kittim ItaliŽ betekent. Dit zou wijzen op de oude traditie over de identiteit van Rome met die van Edom, doordat Zepho de kleizoon van Esau-Edom de eerste koning van ItaliŽ zou worden. Zepho zou het eerste koninkrijk van Rome[66] ingesteld hebben. Hij zou in een oorlog met Tiranus de koning van Elisha gedood worden. Toen Esau het bericht ontving van de dood van Zepho, zou hij zich bij zijn zoon Eliphaz ( die zich bij Zepho gevestigd had) voegen (Ginzberg, Volume 5, 1998).

In Project Gutenberg (1998) staat dat later een oorlog ontstond tussen koning Hadad van Edom en Abimenos van Kittim. Aqbimenos zou echter winnen, zodat Edom een provincie van Kittim werd.

 

In de 6e eeuw na Chr. zouden de NabatheŽrs de Edomieten verdrijven naar Idumea. De Grieken en Romeinen zouden later het gebied rondom Borzah en Petra in Edom veroveren (Louis Bourbon, in Petra, Yamani Bookschop, Aqaba, 1999).

 

9.4 Esau is Rome, symbolen en cultuur

Het symbool Esau is Rome als zwijn komt veel voor in de rabbijnse literatuur. Er wordt verwezen naar de standaard van de Romeinse legioenen, die waren gestationeerd in Palestina. De emblemen waren een beer en een wild zwijn. Vandaar de uitdrukking het zwijn Rome (Ginzberg, Volume 5, 1998).

Het zwijn zou CHAZIR genoemd worden, wat "HIJ DIE TERUGKEERT zou betekenen. Het zwijn zal kosher, als herkauwer[67], in de eindtijd terugkeren. Chazir zou naar de beschuldiger van IsraŽl, de engel CharziŽl, verwijzen. Deze engel zou eventueel de verdediger van IsraŽl kunnen worden (Duitsland?) Het zwijn is dus het symbool van Edom, de inhalige afstammelingen van Rome. Zij presenteren gespleten hoeven (uitwendige tekenen van beschaving en heiligheid). Zij zullen eventueel het spirituele koningschap aan IsraŽl[68] TERUGGEVEN. Het zwijn is dus een symbool in een prť-genetische periode (The Weekly Torah Reading, in The Jerusalem Jewish Voice). In deze bron staat tevens dat de vervolging onder de IsmaŽliten minder zwaar is geweest dan die van het christendom (in de naam van de Vredevorst). Beiden zijn echter slechts dochtergeloven, die beweerden dat God zijn Bedoeling ten aanzien van zijn Torah en Zijn Volk zou hebben bijgesteld.

 

Zelfs de vroege TannaÔtische bronnen zouden Amalek als een uitdrukking voor Rome gebruiken. In de legende zou Amalek het Abrahams verbond minachten wat de houding van de Romeinen zou karakteriseren. Dit zou dan vooral gelden tijdens de vervolgingen onder Hadrianus. In latere literatuur zijn Amalek en Rome een symbool van het Christendom. In de Kabllah: Amalek is SammaŽl is de kwade neiging. Andere rabbijnse bronnen symboliseren Amalek is Rome. Vandaar de verwijzing naar de verwoesting van de Tempel door Rome in vergelijking met die van de verwoesting van de eerste Tempel[69].

Haman in de Medische-Perzische ballingschap was een vijand van de Joden. Dit gold tevens in de Romeinse periode voor Pilatus, Herodes en Nero en Hitler in de Tweede Wereldoorlog (Ginzberg, Volume 6, 1998).

David Richter, over Midrash and Mashall, Difficulty (in the Blessing of Esau, 1998). Indien Esau leeft van zijn zwaard dan moet hij een rover zijn en kan hij geen landbouwer zijn. Richter haalt Rashi aan, die beweert dat het proces van de allegorische verbinding van Edom met Rome een historisch complex karakter heeft. De directe schakel tussen Edom en Rome zou door de Edomitische familie van Herodes onder het Romeinse bewind zijn. Tevens is er een relatie tussen Edom en Rome over de verwoesting van de Eerste Tempel door de BabyloniŽrs in 587 voor Chr. en de Tweede Tempel door de Romeinen 70 na Chr. Vervolgens omdat Rome zelf een metonymie[70] is voor de Romeinse Katholieke Kerk, werd Esau verantwoordelijk voor de vervolgingen van de joden in de middeleeuwen.

Ginzberg (Volume 6, 1998) vermeldt dat het gebruik van de namen Esau, Seir, Edom, die Rome beschrijven al lange bestaat. Dit stemde waarschijnlijk overeen met de tijd van Herodes, die door zijn meesters de Romeinen benoemd was als koning. Toen Rome het Christendom accepteerde werd hetzelfde symbool aan de Christenen toegeschreven. In de Talmudische en Midrash literatuur is Edom voor Rome vaak te zien. Maar in de Tašnitische literatuur zou deze uitdrukking zelden gevonden zijn. Wel wordt in deze literatuur 100 na Chr. gesproken over Amalek als symbool voor Rome.

Solomon Schechter (in Rabbinic Theology, 1961) beweert dat de tegenstelling tussen het koninkrijk van God en dat van het koninkrijk Rome suggereert, dat slecht regeren onverenigbaar is met het (onzichtbare) koninkrijk van God. Het gaat hierbij niet over de vorm van de Romeinse Regering, maar over zijn bestuursmethoden en zijn onderdrukkende regering[71]. De rabbi's in die tijd zagen met wanhoop een regering, waarvan de autoriteit afgeleid was van de vergoddelijking van de macht. Hiervan was de keizer een geÔncarneerd principe. Edom beweert dat het geen superieure autoriteit herkent. Edom zou zeggen: "Wie heb ik in de hemel".

Rabbi Jeff Forsyth (2000, in Hashkofa) schrijft dat het symbool van veel naties een arend is. Dit zou machtig en "hoog vliegen" symboliseren. Hij wijst naar de al eerder genoemde profeet Obadja[72] in paragraaf 10.2. In de huidige tijd beschikken deze naties over een zodanige technologie dat zij de sterren bereiken. Zij zouden daardoor arrogant kunnen worden. God zelf zal echter de naties, die kwaad brengen doen ineenstorten. Slechts de niet-Joodse naties die loyaal zijn aan Zijn Volk zullen gered worden.

 

10 De verklaringen voor SammaŽl

SammaŽl wordt gezien als de beschermengel van Esau, Edom en Rome (Ginzberg, Volume 5, 1998). SammaŽl wordt ook beschouwd als de hinderaar[73]. Zij naam wordt verklaard: er is een naam van god, ťťn van de 72 namen, die SaŽl zou luiden. Wanneer in deze naam MEM[74](dat betekent de aardse tijd[75]) komt, dan verandert SaŽl in SammaŽl (F. Weinreb, 1991, in het mensbeeld in de Kabbalah).

In de Hebreeuwse literatuur (3 Henoch, Kabbalah en Zohar) en Sophy Burnham, (1990) in a book of angels is SammaŽl een naam voor de Satan.

Hij zou de prins van de demonen zijn (2 Henoch). Een andere verklaring is dat hij een aanklager is. Hij zou de leider van de gevallen engelen zijn. In 3 Henoch wordt hij de vorst van Rome IsraŽls tegenstander bij uitstek genoemd. Hij zou groter zijn dan alle vorsten der koninkrijken in de hoge (Pieter van der Horst ,1998, in het boek der hemelse paleizen).

In de Zohar is SammaŽl[76] de donkere engel die met Jacob worstelde te PniŽl.

SammaŽl wordt beschouwd als een engel die zowel goed als kwaad kan zijn. Hij zou een van de grootste geesten zijn die opereert in de hemel, op aarde en in de hel. Volgens joodse overleveringen zou hij in de vijfde de hemel geplaatst zijn geweest en ťťn van de zeven regenten over 2 miljoen engelen geweest zijn. Hij is ook de engel van het gif en de dood (Genesis 3:6).

In de Kabbalah en Sophie Burnham (1990) correspondeert SammaŽl met Geburah en de planeet Mars. Het zal duidelijk zijn dat Satan en SammaŽl onderling uitwisselbaar zijn. SammaŽl is ook het symbool van de aanklager en tester van de schepping van God, zoals bij Abraham en Job. Het was SammaŽl (ook een relatie met Satan) die Eva verleidde tot zonde.

 

In de verschillende werken van de Kabbalah zou SammaŽl, de engel van Esau op een geit lijken. Daarom zou SammaŽl de mensen van SeÔr (is Sair) kiezen. Misschien zou het haar van de engel van Edom overeenkomen[77] met de wol van een geit. In een andere rabbijnse bron[78] zou de engel van Edom vluchten naar Borzah. De engel zou echter drie vergissingen[79] begaan.

Alfred Edersheim (1883, in The Life of Jesus the Messiah) beweert dat de rabbijnen de duivel: als Satan (ook SammaŽl genoemd), als de Yetser haRa of de kwade impuls en de Engel van Dood, in andere woorden de Beschuldiger, Verleider en Straffer beschouwd wordt. SammaŽl zou echter geen absolute macht hebben.

 

In Short Encyclopedia (Nol Drek, 1997) staat SammaŽl "Gif" De engel van de dood die de sterfelijkheid in de wereld bracht, Gevallen engel van Rome, de Donkere Engel, Een gevallen seraf, Verschijnt als een grote slang met 12 vleugels.

 

David Geenley (in Missionology: an International Review, 1994) schrijft[80] over Territorial Spirits dat uit Deutero-Canonieke Werken zou blijken dat het "concept van de nationale engelen"(wat overeenstemt met de territoriale machten op nationaal niveau) aanwezig was in het jodendom in de tweede eeuw voor Chr. DubbiŽl of DobiŽl is de engel van PerziŽ. SammaŽl[81], soms de Engel van de Dood genoemd, wordt gešssocieerd met Edom en later Rome, de aartsvijanden van IsraŽl

 

10.1 HiŽrarchie van engelen

In de bijbel worden verschillende engelengroepen genoemd. Deze groepen zijn o.a. cherubs, serafims, aartsengelen, machten, krachten, overheden, heerschappijen en tronen[82].

In de Zohar (Ernst MŁller, 1984) staat: toen richtte Hij engelengroepen op ten dienste van de troon: engelen, Ar'elim, sefarim, dierwezens, ofanim, chasmalim, elim, elohim, zonen van elohim en individualiteiten.

Ginzberg (Volume 5, 1998) beweert dat er bijvoorbeeld engelen zijn van de wateren, de bergen, de woestijnen, de zon, het Paradijs, de sterren, engelen van koninkrijken enz. Er zouden zeven hemelen zijn elk met een leider. Toen God op de SinaÔ verscheen, zou Hij vergezeld zijn geweest van 22.000 engelen. SammaŽl zou volgens Ginzberg (Volume 5, 1998) in de zevende hemel verblijven.

 

Dionysius[83] de Pseudo-Aeropgiet zou hieruit een andere engelenhiŽrarchie[84]opstellen (Jane Howard, 1995, in Contact met engelen en in The Archangels, Greek Orthodox Archidiose of Austria, 1999). Hij ontleende de namen vanuit het Oude Testament en EfeziŽrs en Colossenzen. De hiŽrarchie is weer onderverdeeld in drie subhiŽrarchieŽn.

1.      De eerste hiŽrarchie[85] bestaat uit de serafijnen, cherubijnen en tronen.

2.      De tweede[86] is samengesteld uit heerschappijen, krachten en machten.

3.      De derde[87] is verdeeld in overheden, aartsengelen en engelen.

 

De machten moeten voorkomen dat demonen de wereld omverwerpen. Het is ook mogelijk dat zij de leiding voeren over de demonen. Volgens Paulus zouden zij zelfs ook kwade engelen kunnen zijn.

Hun leider is SammaŽl of CamaŽl. De overheden beschermen naties of religies (Melissa Ann Miranda in the Hierarchy of Angels, 1999 en Sophy Burnham in the Book of Angels, 1990). Volgens EfeziŽrs 6:12 en Colossenzen 1:16 zouden de krachten en de engelen over de naties goed of kwaad kunnen zijn (J. Hampton, Keatlley III, 1998, in Biblical Studies Press).

 

10.2 SammaŽl, CamaŽl, ChamuŽl

In verschillende bronnen worden voor de engel van Mars verschillende namen genoemd. Dit zijn SammaŽl, CamaŽl en ChamuŽl. In joodse bronnen o.a. in Henoch en beschreven in de vorige hoofdstukken staat dat SammaŽl worstelde met Jacob en die tevens de engel van Edom en Rome is. Hij zou ook een lichte en donkere zijde hebben.

In latere bronnen zoals Pseudo-Dionyssius, in het boek van de hiŽrarchie van de gezegende aartsengelen, zien we naast de naam SammaŽl ook de namen CamaŽl en ChamuŽl voorkomen. In de tiende eeuw zou de aartsengel UriŽl vervangen worden door SamaŽl (in Mark O. Garrison, 1995).

 

Sophie Burnham (1990, in A Book of Angels) noemt dat van de zeven aartsengelen er vier een constante naam houden. Dit zijn RafaŽl, MichaŽl, GabriŽl en UriŽl. De andere die komen uit joodse en volksoverleveringen zijn: SimiŽl, OrphiŽl en ZachariŽl. De laatste wordt soms als ChamuŽl, JophiŽl en ZadkiŽl aangeduid.

In de Kabbalah worden Sandalphon, SammaŽl (als engel van het kwaad en gerelateerd aan de planeet Mars), ZaphkiŽl, RaphaŽl, GabriŽl, MichaŽl genoemd. Zij staan in een hiŽrarchie, zoals in een boom. Boven in de top staat Metatron de Engel van de Heer.

 

In de Talismnic Magic worden ZaphkiŽl, ZadkiŽl, CamaŽl, RaphaŽl, HaniŽl, MichaŽl en GabriŽl genoemd (The Seven archangels in Sarahs Archangels,[88] Angels A to Z, 1996).

 

Melissa Ann Miranda[89] (in Southwestern Literature, 1999) presenteert MichaŽl, GabriŽl, RaphaŽl, AnaŽl, SamaŽl, SachiŽl en CassiŽl als de zeven aartsengelen.

 

In de zesde en de zevende boeken van Mozes, wordt CamaŽl de engel van Mars genoemd. In de sleutel van Salomo staat de naam KhamŽl. In Cornelius Agrippa staat de naam CamaŽl[90].

 

In Angelic Artistry (1998 in Sarahs Archangels in The Seven Archangels[91]) staan gegevens over de aartsengel CamaŽl. CamaŽl zou ook bekend zijn onder de namen ChamuŽl, KemuŽl[92], ShemuŽl, CamiŽl, KhamaŽl. CamaŽl zou als wachter in het rood gekleed gaan. In de mythologie van de DruÔden was CamaŽl de oorlogsgod. Zijn naam betekent Hij Die God ziet. Hij wordt traditioneel beschouwd als de leider van de Machten en heerser van de planeet Mars. In de kabbalistische overleveringen wordt hij beschouwd als ťťn van de aartsengelen.

Carla Clement, 1898 in haar boek "Angels in Art" beschouwt CamaŽl als de engel die met Jacob worstelde en die tevens Jezus met GabriŽl[93], bijstond tijdens Zijn doodsangst in de hof van Gethsemanť.

Volgens de legenden zou Mozes CamaŽl vernietigen vanwege het feit, dat hij probeerde te voorkomen dat Mozes de Wet van God zou ontvangen.

In the Heavenly Hierarchy (1998) staat dat CamaŽl tussen goed en kwaad zou laveren. Vanuit de lichte zijde gezien zou hij een van de meest begunstigde aartsengelen zijn in Gods aanwezigheid. Vanuit de donkere zijde zou CamaŽl als de hertog van de hel en in het occulte als de heerser van de kwade planeet Mars fungeren.

 

Connie Chronister (2000), noemt CamaŽl als een engel die mede leiding geeft over de engelen van de destructie[94]. Hij zou een belangrijke leidinggevende engelen zijn in de rang van de Machten. Toch zou hij ook aangeduid worden als een donkere engel die worstelde met Jacob, ofschoon hiervoor ook Metatron en MichaŽl worden genoemd.

 

Matthew Bunsen, 1996, in Angels A to Z en Malcom Godwin)[95] (1997) in website by Cherub, noemen ChamuŽl, die ook als CamaŽl geÔdentificeerd wordt. ChamuŽl zou een van de leiders zijn van de Machten met dezelfde rang als GabriŽl of Satan voor zijn val. Hij zou getracht hebben Mozes tegen te houden om de Wet te ontvangen. Het is mogelijk dat de "destructie" van ChamuŽl door Mozes, zijn verlies van gratie zou betekenen. Hij zou nu een van de hoog geplaatste personen zijn in de hel. Maar de meeste onderzoekers plaatsen ChamuŽl als een van de zeven aartsengelen in de zevende hemel die voor IsraŽl bidden.

 

Hebraic (1999) presenteert de naam CamaŽl als aartsengel van de Goddelijke strengheid, zoals SamaŽl. In feite gelden beide namen voor een engel. De klassieke Kabbalah presenteert SamaŽl als de leider van de Seraphim, maar de moderne Kabbalah verving deze naam door KhamaŽl. Het zou dus bij SammaŽl en KhamuŽl om dezelfde engel gaan.

 

In een samenstelling door I. Marc Carlson (1998) beschrijft hij verschillende Keltische Pantheons. Hierin verschijnt de naam Camulos. Camulos is een Britse -Belgische of Frans/Gallische-Belgische oorlogsgod. Verder noemt hij SamaŽl/SammaŽl. Deze naam zou misschien als metafoor gebruikt worden voor geestelijke machten zoals Samazia, Satan, Diabolus, Duivel, Apollyon, de Engel van de Dood en het Gif. Hij zou over de geesten van Europa en Amerika regeren.

 

11 Evaluatie en conclusies

In het voorgaande is uiteengezet dat in de joodse metahistorie er een verband gelegd wordt tussen historische feiten op de aarde en de invloed van geestelijke of bovennatuurlijke machten op het historisch proces. In zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament zouden hiervan aanwijzingen te vinden zijn. Over volkeren, naties enz. zouden engelenvorsten gesteld zijn. Deze engelenvorsten staan onder het gezag van de Hoogste God. Voorbeelden van in het boek DaniŽl genoemde engelenvorsten zijn die van IsraŽl, PerziŽ en Griekenland. Ook Calvijn (1977) stelt in zijn Institutie dat zekere Engelen als stadhouders over koninkrijken en landschappen verordineerd en bestemd worden. Er zouden ongeveer 70 beschermengelen van naties zijn of zijn geweest. Deze engelen zijn niet absoluut goed (Job 4:18-19). Er zouden ook engelen zijn die dwalen. In de bijbel worden de beschermengelen of engelenvorsten van MediŽ-PerziŽ, Griekenland en IsraŽl genoemd. Alleen MichaŽl wordt expliciet in de bijbel als engelenvorst van IsraŽl aangeduid. In de niet canonieke en bovengenoemde literatuur is DobiŽl, de beschermengel van MediŽ-PerziŽ, UzziŽl de beschermengel van Egypte en Kal de beschermengel van BabyloniŽ en SammaŽl de engelenvorst van Edom-Rome. De meeste engelenvorsten zouden weerstand bieden tegen IsraŽl. De engelenvorsten en eventueel hun naties met hun cultuur worden veroordeeld als zij niet handelen volgens Gods bedoelingen.

Alice Woutersen-van Weerden[96] (1965) noemt Odin als de overkoepelende volksgeest van alle Germaanse volkeren. Odin zou aan de wieg gestaan hebben van deze volkeren en gaf deze volkeren hun taal. Onder de volkeren waren Longobarden, Saksen, Friezen, Vandalen en Franken. Deze volkeren kregen ook weer een eigen volksgeest onder de Alvader Odin.

Thor Heyerdal (in het Algemeen Dagblad, 14 oktober, 2000) beweert dat in de saga's van Snorri Sturluson[97] in het begin van de 13e eeuw. zou staan dat de bekende Viking-god Odin naar Noord-Europa vluchtte voor de Romeinen vanuit de Kaukasus. De Viking god Odin zou vroeger grote gebieden hebben gehad, wat nu Turkije is. Dit waren gebieden die de Romeinen wilden bezetten (T. Byrn, Norse god Odin and the Norse poem Havamal, 2000).

Thor Heyerdal stelt dat er iets mis in onze samenleving. Dit is de enige samenleving, waar wel religie voorkomt, maar waar de mensen niet geloven[98].

 

Samenvattend een zichtbare werkelijkheid die in verbinding staat met een onzichtbare werkelijkheid. Een onzichtbare wereld die met rationele methoden niet feitelijk bewezen kan worden.

 

De vragen waren:

1.      Hoe wordt in de joodse traditie de tegenstelling Esau en Jacob verklaard?

2.      Waarom is Esau Edom-Rome?

3.      Wie is de engelenvorst van Rome?

4.      Wat is deze tegenstelling terug te vinden in de geschiedenis?

 

Bij de tegenstelling tussen Jacob en Esau gaat het om een joodse verklaring van de wereldgeschiedenis. Dit is een proces van een geestelijke strijd tussen de waarden van Jacob en Esau. Jacob zou de waarden van een verloste wereld impliceren, terwijl Esau een prototype is van volkeren die uitgaan van de bestaande en gevallen wereld en die willen handhaven. De verloste wereld van Jacob is oneindig. De onverloste wereld van Esau is onderhevig aan slijtage en is eindig.

De waarden van Jacob zijn rechtvaardigheid en menselijkheid, volgens de Torah. De waarden van Esau zijn macht, heerschappij over anderen, politieke systemen, onderwerping en (uitbreiding) bezit.

 

Jacob zou IsraŽl symboliseren. Het principe van Esau zou het sterkst te zien in Edom-Rome. Edom betekent rood en Esau was de voorvader van de Edomieten. In alle volkeren en ook in het joodse volk zelf zou het principe van Esau voorkomen. Maar bij Edom, Rome en de daaruit ontstane politieke en religieuze systemen zou volgens de rabbijnse traditie dit principe het sterkst vertegenwoordigd zijn. Voorbeelden zijn de vervolgingen van de Romeinen, de Inquisitie en Nazi-Duitsland, het antisemitisme en de vervangingstheologie van de kerken.

Herodes zou tevens een aanwijzing zijn van de verbinding tussen Edom en Rome.

IsraŽl zou in de geschiedenis geconfronteerd worden met vier ballingschappen van wereldrijken onder verschillende engelenvorsten. De ballingschap onder Edom-Rome zou het langst duren. Vanuit deze ballingschap zou de verlossing ontstaan en zou de Messias verschijnen. Deze wereldrijken hadden elk hun eigen engelenvorst. De engelenvorst van Edom-Rome zou hiervan de grootste zijn.

Of Esau en zijn kleinzoon Zepho in ItaliŽ geweest zou zijn is niet met zekerheid te stellen. Hetzelfde geldt voor over de interpretatie van Kittim.

 

Jacob zou gestreden hebben met de engel van Esau. Dit om de verlossing van de wereld en het koninkrijk Gods mogelijk te maken. Hij moest daarom de zegen in het bezit van SammaŽl los worstelen. SammaŽl was hiervan in het bezit gekomen na de zondeval. Later werd Jacob nog door God zelf gezegend. Andere (joodse) bronnen beweren echter dat Jacob dat de engel waarmee Jacob worstelde MichaŽl was.

 

De engelenvorst van Rome zou volgens joodse en rabbijnse literatuur SammaŽl zijn.

SammaŽl zou gesymboliseerd worden met de rode planeet Mars. Mars is de oorloggod van de Romeinen. In latere literatuur, bronnen verschijnt de naam ChamuŽl, Khemuel, CamaŽl. Voor de Kelten gold CamaŽl als een oorlogsgod. Het gemeenschappelijke van de al eerder genoemde bronnen is dat zowel SammaŽl, ChamuŽl en CamaŽl met Jacob streed. Deze engel zou een goede en kwade kant gehad hebben. De vraag hierbij is wanneer ontstaat de naam ChamuŽl of CamaŽl.

Nog eens herhaald, Ivan Lewis (in Hebraic Perspective Forum Archive, 1999) schrijft dat in de Talmud staat dat SamaŽl de beschermengel van Esau is en in Sotah 10b als de sar (engelenvorst) van Edom. In de Spreuken van rabbi Eliezer zou staan dat hij Eva verleid zou hebben en de vader van KaÔn zou zijn. Hij zou zowel goed als kwaad zijn†††† maar voert de bevelen van God uit! Hij is de strengheid van Gods rechtvaardigheid en wordt vergeleken met de Gevurah (rechtvaardigheid) van de Sefirot[99] van de Kaballah. SammaŽl heeft ook andere benamingen zoals de engel van de dood en de prins van de demonen. Er is dus geen duidelijke beschrijving van wat SammaŽl nu werkelijk is. Misschien is hij een engel die van hoge engelensferen in lagere (aardse) sferen (machten) geplaatst is.

Een andere mogelijkheid is, volgens De Graaff (1987) dat deze naam ook gegeven wordt aan de demon als verbinding tussen goden en mensen. In deze situatie tussen de engelenvorst van Edom-Rome en haar inwoners. Naast de engelenvorst zou er een daimonion zijn die steeds invloedrijker zou worden. Dit zouden vloeiende overgangen zijn.

 

De tegenstellingen van de waarden zijn in de geschiedenis te zien gedurende de ballingschappen. IsraŽl had als uitverkoren volk de taak om de mensheid te dienen in plaats van te heersen en moest een volk van priesters en heiligen zijn. Als een 'koninkrijk van priesters' moest IsraŽl de mensheid dienen, terwijl het als 'heilig volk een bijzondere levenswijze (volgens de Torah) diende te volgen. Het zou een volk zijn met een eigen aard en zich onderscheiden van alle andere volkeren. IsraŽl zou echter afvallen en in ballingschappen terechtkomen (Isodore Epstein, 1965). Gedurende de geschiedenis is er steeds een voortdurende strijd om Jeruzalem geweest die in het heden wordt voortgezet.

Verschillende rijken tijdens of buiten de ballingschap hebben met het principe van Esau, IsraŽl proberen te vernietigen, te vervolgen of te assimileren met hun waarden. Voorbeelden zijn de Edomieten, de Romeinen, de kerken, de pogroms in Rusland, de Nazi's en joden die niet meer handelden volgens de Torah en hun universele opdracht. De laatste ballingschap onder Edom-Rome zou op zijn einde zijn. In de tijd van Jezus woonde ook veel joden buiten IsraŽl, zoals bijvoorbeeld in AlexandriŽ in Egypte. De staat IsraŽl is gevestigd. Volgens rabbi Loew ben Bazalel zou deze staat een voorbereiding zijn van de Messias en het koninkrijk Gods. Een koninkrijk Gods dat op aarde volgens Epstein onder goddelijke leiding en door de handen van een mens zal worden gesticht. Volgens het jodendom zal dit rijk Gods worden ingeluid door de komst van de Messias. De Messias zal gerechtigheid, vrede en voorspoed op aarde brengen en voor zorgen dat alle mensenkinderen tot waardige burgers van het rijk Gods worden. Maar het rijk Gods is slechts een voorspel tot de voleinding van het rijk in de bovenhistorische en bovennatuurlijke wereld, die eens haar intrede zal doen. Een wereld die "geen oor ooit heeft vernomen en geen oog heeft aanschouwd" (Jesaja 64,3). Verbonden met deze wereld geldt de verrijzenis der doden en de algemene dag des oordeels. Een bovenhistorische en bovennatuurlijke wereldorde als resultaat van de goddelijke bestemming, welke ook door andere religies wordt gedeeld (Epstein, 1965).

 

  

 

Geraadpleegde literatuur

Abraham-ben Michael Boaz (Warder Cresson), Origin of Edom, Babylon, and Rome, or Christianity, 1852.

Abraham-ben Michael Boaz (Warder Cresson), The "True Mother," Or Church, 1852.

Bar-Illan, Meir, The Date of the Words of Gad The Sheer, november, 1997.

Bell, Rabbi, The Weekly Torah Portion, a selection of Midrash and Talmud, 1996.

Bible Prophecy Research, Messiah in the Legends of the Jews, 1999.

Birnham, Sophy, A book of Angels, Ballantine Books, New York, 1990.

Blois, I., de en van der Spek R.J., Een kennismaking met de oude wereld, Dick Coutinho, Muiderberg, 1992.

Brewer, D.L., Angels, A Bible study By Unity Baptist Church, Richmond, Kentucky, 1999.

Byrn, T., Odin stories and Havamal, 2000.

Calvijn, Johannes, Institutie, opnieuw overgebracht in de thans gebruikelijke spelling door J. H. Landwehr, Den Hertog's Uitgeverij B.V.-Utrecht.

Calvin College, the baptism of proselytes, in christian Classics, Etheral Library, 2000.

Carlson, Marc, Notes on various Celtic Pantheons, 1998.

Champaign Project Gutenberg The, The Legends of the Jews, Carnegie-Mellon University, P.O. Box 2782, IL 61825, 1998.

Chronister, Connie, Home page, from Angels A to Z, Mark Bunsen, 1998.

Clement, Clara, Angels in Art, 1898.

Crowly, Baruch, Life on Other Worlds, in The Jewish Magazine, 1998.

Dankenbring, William, F., Triumph Prophetic Mysteries, 2000.

Drek, Nol, Short Encyclopedia, 1997.

Dughin, A., the metaphysics of national-bolshevism, in Arctogaia, 1999.

Edersheim, Alfred, The Life of Jesus the Messiah, 1883.

Epstein, Isodore, Geschiedenis van het Jodendom, Aula Boeken, Utrecht, Antwerpen, 1965.

Epstein, Mikhail, Synopsis of Daniil Andreev's treatise The rose of the World, 1997.

Forsythe, Jeff, Hashkofa, Torah Views, 2000.

Forsythe, Jeff, Hashkofa, Torah Views, Values & Understanding Life Torah Gems From a Tzadik I knew by Rabbi Avraham Asher Zimmerman, 2000.

Garrison, Mark O. Garrison, The seven archangels, in for use in Kabbalah FAQ, 1995.

Ginzberg, Louis, The Legends of the Jews, Volume Five, The Hopkins University Press, Baltimore and London, 1998.

Ginzberg, Louis, the Legends of the Jews, Volume Six, The Hopkins University Press, Baltimore and London 1998.

Goldberger, Rabbi, 70 nations and the Jewish people, 1995.

Goldman, David, Qumran, Essene, Dead Sea Scrolls Discussion Forum, Dating Damascus Document and Identifying Kittim, Navigating The Bible, 1995.

Graaff, F., Jezus de verborgene, uitgeversmaatschappij J.H. Kok-Kampen, 1987.

Graaff, F. de, IsraŽl-Hellas-Rome, Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer, 1993.

Greek Orthodox Archidose of Austria, The Archangels, 1999.

Greenlee, David, Territorial Spirits Reconsidered, in Missiology: An International Review, October, 1994.

Hampton, J., Keatley III, in Biblical Studies Press, 1998.

Hebric, The Hebric Pantheon, Internet Website, 1999.

Horst, Pieter W. van der, Het Boek der Hemelse Paleizen, uitgeverij Kok, Kampen, 1998.

Houtkamp, Carl, Laat de hoon maar komen, interview met Thor Heyerdal, in Algemeen Dagblad, 14 oktober, 2000.

Howard, Jane, Contacten met engelen, Uitgeverij Ankh-Hermes bv-Deventer, 1995.

Hutchesson, Ian, Kittim as Kittim, 1998.

Ilan-Bar, Meir, comment on the book the Date of the Words of Gad The Sheer, 1990.

Jewish studies/messianic. Htm. A messianic process, Edom -Rome, Assembly of Masorti Synagogues in Brittain, 2000.

Jersulam Jewish Voice The, The Weekly Torah Reading, jaartal onbekend.

Kensky, Allan, Shabbat Vayishlah, 1997.

Kuritzky, Simcha, Kabbalistic Magic Part III, in Different Worlds, Sept/Oct 1984.

Kurtz-Lender, Jeff, D-Var Torah, an interpretation on Midrash about Jacob and Esau, 1999.

Mathe, Steve, the Ides of Chanukah and the Twilight Zone of Time, from The Restoration newsletter, 1995.

Miranda, Melissa, Ann, archangels, in Southwestern Literature, 1999.

MŁller, Ernst, Zohar, Uitgeverij Ank-Hermes bv-Deventer, 1984.

Nederlandsch Bijbelgenootschap, Bijbel, vertaling, Jongbloed-Zetka-Leeuwarden, jaartal onbekend.

Page, Sidney H.T., Powers of Evil, Baker Books, P.O. Box 6287, Grand Rapids, Michigan 49516-6287, 1995.

Reader's Digest, Alle Bijbelse Personen, Uitgeversmaatschappij The Reader's Digest NV, Amsterdam en NV reader's Digest SA, Brussel, 1995.

Richter, David, Midrash and Mashal: difficulty in the Blessing of Esau, jaartal onbekend.

Rijnders, Henk, De Golem ontsluierd, uitgeverij Ank-Hermes bv-Deventer, 1991.

Ritzer, George, Toward an Integrated Sociological Paradigm, University of Maryland, Allyn and Bacon, Inc. Boston, London, Sydney, Toronto, 1981.

Safrah, Eiliyahu, Safrah, Insights on the Haggadah and Pesach, 1999.

Schechter, Solomon, Aspects of Rabbinic Theology, Schocken Books, New York City, 1961,

Schochet, Jacob Immanuel, vayishlach, Kehot Publication Society, 1991.

Sholem, Gershom, Zohar, Schocken Books, New York,1977.

Shlomo, Rabbi, Parshat Vaishlach, 1996.

Sinclair, Yaakov Asher,Obadja, in Torah Weekly, vayishlah, 12/13,

Smelser, Neil, J., Warner, Sephen, R., Sociological Theory, General Learning press, Morristown, N.J. 07960, 1976.

Sperling, Harry Simon Maurice, The Zohar translation, The Socino Press, London, 1934.

Swanborn, P.G., Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek, Boom, Meppel, Amsterdam, 1987.

Tanch-Pentateuch, Genesis, chapter 10, jaartal onbekend.

Viatoris Ministries, Jews, Christians, and Hunting, in Humane Religion, 1999.

Weinbach, Rav Mendal, 127 Insights into Megillas Esther, Ohr Somayach Institutions, Dean exerpts from the book ,Targum/Feldheim, 1995.

Weinbach, Mendel, adapted from the Overview to the book, 127 Insights to into Megillas Esther, Ohr Somayach Institutions, Targum Press/Feldheim Publishers, Jerusalem, 2000.

Weinreb, Friedrich, Het mensbeeld in de kabbala, Servire, uitgevers bv, Cothen, 1995.

World ORT Union, Navigating the Bible, 1995.

Woutersen-van Weerden, Alice, tussen Wodan en Widar, Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist, 1998.

 

 



[1] Voor meer informatie, zie het boek Genesis.

[2] In Ginzberg, 1998, zijn de rabbijnse bronnen vermeld. Zie voor het gebruik hiervan het hoofdstuk Preface in volume five.

[3] Zijn boek wordt als een van de hoogste pieken beschouwd van de Russische spiritualiteit in de 20e eeuw.

[4] Andreev getuigt van zijn eigen verlichtingen. Zij verschenen in 1921, 1928, 1932, 1933, 1943 en regelmatig tijdens zijn gevangenschap vanaf 1950-1953. Tijdens zijn mystieke reizen door verschillende werelden, zou hij geleid zijn door de grootste geesten, die ooit in Rusland zouden hebben bestaan. Hij kon ze niet zien, maar zou in staat geweest zijn met hen te spreken. Hij hoorde hun woorden, die kwamen vanuit de bodem van zijn eigen hart.

[5] Andreev noemt Olympus, SinaÔ en Kitezh als voorbeelden van de Griekse, Joodse en Russische metacultuur.

[6] Volgens de Septuagint en een Hebreeuws fragment gevonden bij Qumran verwijst eerder naar de zonen Gods dan naar de zonen IsraŽls. Zonen Gods wijst op het concept dat de verschillende naties hun eigen beschermengel hebben (Sidney, H.T. Page, 1995).

[7] Er bestaan verschillende verklaringen volgens Sidney H.T Page in Powers of Evil, 1995, voor Psalm 82. Een verklaring is dat de goden rechters zouden zijn (Exodus 21:6, 22:8-9 enz.). Tevens zou dit bevestigd worden volgens Johannes 10:34-36. Hier kan echter tegen in gebracht worden dat Jezus met de goden engelen zou bedoelen. Psalm 82 zou een relatie met de zonen Gods in het boek Job hebben en nog meer teksten zoals in Spreuken 14:31, Jeremia 22:3 enz. wijzen erop volgens Page dat de goden in Psalm 82 bovennatuurlijke wezens zijn.

[8] Tussen God en SammaŽl zou een dialoog zijn over het feit dat IsraŽl afgoden in Egypte zou aanbidden. Volgens de eerste bronnen zou SammaŽl tot Rahab veranderen.

[9] Er bestaat ook een joodse legende waarin staat dat de kwade geest Abezi-thibod, die met behulp van magie vocht tegen Mozes in Egypte en het hart van Pharao verharde, ook in de Rode Zee geworpen zou zijn (Ginzberg, Volume 6, 1998).

[10] Maimonides had diep ontzag voor Aristoteles, die hij na de profeten, beschouwde, als de hoogste vertegenwoordiger van wat het menselijk intellect kon bereiken. Hij probeerde in de wijsbegeerte van Aristoteles dat hij een rationele verklaring zocht te vinden voor het joodse geloof en overlevering. Zijn voorgangers beschouwden de scheppingsleer als een godsdienstig vraagstuk. Maimonides was de eerste die dit vraagstuk buiten het gebied van de godsdienst plaatste (Epstein, 1965).

[11] In Project Gutenberg staat dat de Satan, in de gedaante van de slang, Eva verleidde. Het resultaat was dat KaÔn de voorvader was van alle goddeloze geslachten die tegen God rebelleerde. KaÔn zou afkomstig zijn van Satan, die de engel SammaŽl is. SammaŽl openbaarde zich aan Eva in zijn serafische verschijning. Na zijn geboorte riep Eva uit: ik heb een man verkregen door de Engel van de Heer. Adam zou tijdens de zwangerschap van Eva niet in haar gezelschap zijn. Verder staat in Ginzberg (Volume 5, 1998) dat KaÔn de spirituele zoon was van Satan. Dit omdat Eva naar hem geluisterd had.

[12] Volgens Baruch Crowley (1999) zijn er voor Adam beschavingen geweest. Hij haalt Psalm 105:8 aan, waarin staat: Hij gedenkt voor eeuwig aan Zijn verbond, -het woord dat Hij gebood aan duizend geslachten. De Talmud openbaart dat dit vers slaat op de Gods wet, de Torah, die aan Mozes werd gegeven na het verloop van 1000 menselijke geslachten. In de tijd van Mozes zou de 26e generatie bestaan. Dit zou dan duiden op 974 generaties voor Adam. Baruch Crowley noemt nog een belangrijke tekst als mogelijk bewijs. In Genesis 36:31-39 staat: En dit waren de koningen die over het land Edom regeerden, voordat een koning regeerde over de IsraŽlieten. Omdat Adam volgens de Kabbalah als de eerste koning van IsraŽl beschouwd wordt, verklaart de verborgen Kabbalistische verklaring het bestaan van de vorige werelden. Met de achtste koning werd Adam bedoeld die de huidige wereld vertegenwoordigde. In de Kabbalah is de wereld van de Edomitische koningen prť Adam. De wereld is bekend als Olam Ha Tohu (de wereld van de leegheid of chaos, wat refereert naar het begin van de bijbel).

[13] Volgens een rabbijnse bron was de Satan jaloers. Hij wilde een andere wereld waar hij boven de mensen stond en een troon op dezelfde hoogte als die van God. Daarom werd hij met zijn engelen naar een lagere hemelsfeer geworpen. Ook wijzen joodse onderzoekers naar Ps. 82 vers 7, voor de val van de Satan en zijn engelen (Ginzberg, Volume 5, 1998).

[14] Voor hun val zouden zij gekleed zijn in mantels met een lichtglans (Ginzberg, Volume 5, 1998).

[15] 10 jaar voor de dood van Noach zou het aantal mensen tot miljoenen toegenomen zijn.

[16] Misschien is dit een aanwijzing dat de goddelijke of geestelijke wereld toen nog dichter bij de aarde was.

[17] Zie ook Genesis 25:19-34.

[18] Jacobs (is IsraŽl) beschermengel zou sterker zijn dan SammaŽl de beschermengel van Esau (is Rome). Ondanks dat Rebekka nog meer kinderen wenste, zou Esau vanwege dat hij in haar schoot tekeer ging in haar schoot, veroorzaken dat zij geen kinderen meer zou krijgen (Ginzberg, Volume 5, 1998).

[19] In Ginzberg wordt verwezen naar Lucas 1:41. Hierin staat dat toen Elisabeth de groet van Maria hoorde het kind opsprong in haar schoot. Zij werd vervuld met de heilige Geest en zij riep uit enz. God zou wanneer de toekomstige handelingen van zowel de rechtvaardigen als de goddelozen, als zij zich nogin de moederschoot bevinden, bekend maken (Ginzberg, volume 5, 1998).

[20] In enkele rabbijnse bronnen staat dat Jacob Esau hielp. Jacob wist dat Nimrod onkwetsbaar was zolang hij de mantels van Adam droeg. Jacob adviseerde zijn broer niet te strijden voordat zijn tegenstander zijn magische mantels had afgedaan (Ginzberg, volume 5, 1998).

[21] Sammael wordt in de joodse bronnen beschouwd als het hoofd van alle satans (de grootste van alle engelen). Maar er zijn ook bronnen die de Satan onderscheiden van SammaŽl, de prins van Rome. Het is opmerkelijk dat de engelen uitsluitend natuurlijke fenomenen en hemelse lichamen onder hun hoede hebben. Het is vreemd dat Michael niet onder hen is en dat alle sterren zijn toegewezen aan een engel. Andere rabbijnse bronnen stellen dat de zeven planeten toegewezen zijn aan engelen. De zon heeft Raphael, Venus, Aniel, Mercurius, Michael, de maan, Gabriel, Saturnus, Kafziel, Jupiter, Zadkiel, Mars, SammaŽl (Ginzberg, Volume 5, 1998).

[22] De Torah geeft er verslag van dat de engel van Esau een worstelperiode met Jacob begint. Het feit dat Esau een engel had die zich met Jacob verbond en God dit inpaste in de Torah, toont aan dat Esau een enorme kracht is.

[23] Een Torah inzicht in de Holocaust , boze handelingen en twisten. Het materiaal is afkomstig van Rabbi Avraham Asher Zimmerman een zeer geacht Torah geleerde.

[24] Verwezen wordt naar Handbook of Jewish Thought 4:29.

[25] Genoemd wordt Targum Yonathan; Tanchuma.

[26] Alle tegenspoed die Jacob ondergaat, betekent een test van God. De geschiedenis door confronteert God IsraŽl met testen door de bemiddeling van andere volken. Als God de niet joodse volken zendt dan kijkt Hij bijvoorbeeld wie wel of niet zal assimileren (Rabbi Jeff, Forsyth, 2000).

[27] Jacob werd te Bethel zowel bij zijn komst naar en zijn vertrek uit Padan-Aram door God gezegend (Genesis 28:13-16 en Genesis 35:9-15).

[28] Zie Genesis 28:3.

[29] Zie Genesis 32:24-32.

[30] Volgens Isodore Epstein (1965) is het einddoel van de Messias het heden te vervangen dat beheerst wordt door de zinnen -lust en hebzucht- te vervangen door een maatschappelijke orde welke door gerechtigheid in kennis en daden een nieuwe aarde en een nieuwe hemel zal voortbrengen. De nationale roeping van IsraŽl is geen doel op zichzelf. Zij staat in dienst van een algemeen-mensenlijke roeping betreffende de bekering van alle volkeren en hun eendrachtige dienst aan God.

[31] IsraŽl is verspreid in en kwetsbaar door vijandige naties en culturen.

[32] Volgens Rabbi Shlomo in Parshat Vayishlach, 1996, is Esau het oprechte kind van KaÔn. Hij zou het fysieke en agressieve vertegenwoordigen. Hij zou ruig, een jager, een man van de velden en goed bespraakt zijn. Hij wordt Edom genoemd vanwege zijn fysieke kleur, niet allen van zijn smaak met betrekking tot het rode. Esau was bij zijn geboorte al rossig van kleur geheel als een haren mantel (Genesis 29:25).

[33] Volgens Hirsch in zijn commentaar op Genesis 25:30, toont dit de reden dat Esau zich Edom noemde. Hij zou verheugd geweest zijn bij het zien van een dodelijk bloedend slachtoffer.

[34] In Hashkofa:Torah Views, 2000, Rabbi Jeff Fosythe, staat dat Esau en zijn aartsengel en de maatschappij en de religie die daarvan afstamt, zich als wettig en echt presenteren. Tevens beschouwen zij het jodendom als onecht.

[35] Kurtz-Lendnergeeft zijn interpretatie van de Midrash.

[36] Edom is nog niet geschikt voor het verbond. Dit behoort aan IsraŽl. Er komt echter een tijd dat Esau-Edom-Rome zal delen in het verbond. De reden is omdat hij ook een zoon van Isašk is.

[37] Het zal vooral IsraŽl kwellen.

[38] God kan niet wegnemen wat hij aan Jacob-IsraŽl beloofd heeft.

[39] Verwezen wordt naar Pirkey Rabbi Eliezer 38; Rashi;cf. Bereshith Rabbah 83. Er bestaan ook overleveringen dat Zepho (kleizoon van Esau) Rome gesticht zou hebben of zich gevestigd zou hebben in de streek rond Rome.

[40] De tweede ballingshap is onder het stamhoofd Iram. De Midrash (Bereshit Rabba 83:4) vermeldt dat zijn naam een uitdrukking is van "hij die bestemd is schatten te verzamelen voor de Messias". In het tweede deelzal Rome niet langer IsraŽl onderdrukken. Rome zal zelfs de Messias assisteren. Rome zal zelfs getransformeerd worden om Zijn gewijde naam te realiseren. Romi is de uitdrukking van de verheffing van heiligheid.

[41] Megillas Ester werd geschreven in de tweede ballingschap.

[42] Het gaat hier om een joodse bron. In andere bronnen is Ahura-Mazda de oppergod van MediŽ en PerziŽ.

[43] Hij zou een afstammeling van Amalek, de zoon van Eliphaz, zijn.

[44] Chanukah zou dienen als een introductie en de voorbereiding voor de toekomstige Verlossing. Dit is de transformatie van het donker naar het licht. In Chanukah zouden voor het joodse volk overlevingstactieken overgeleverd ziin met als doel de ballingschap Edom te kunnen weerstaan (Steve Mathe, 1995, in the Ides of Chanukah and the Twilight Zone of Time).

[45] Zijn rijk werd verdeeld tussen drie generaals. Het bewind over Egypte en Palestina van de PtolemeeŽn onder PtolemŠťus, over SyriŽ, BabyloniŽ en Klein AziŽ enz. door de Selucieden onder Selecus, en over MacedonŽ onder AntÔgones,AntÔgones. Later zou door oorlogen tussen de Ptolemeťn en Selucieden palestina onder de Selucieden komen (De Blois en Van der Spek, 1992 en Isodore Epstein, 1965).

[46] Volgens Isodore Epstein (1965) was het allergevaarlijkste voor het jodendom, dat Antiochus werd bijgestaan door twee verraderlijke hogepriesters. Dit waren Jason en Menelaos. Daarnaast waren de aanzienlijken en welgestelden niet afkerig van het hellenisme, dat volgens hen vrede en privileges met zich zou meebrengen.

[47]De bijdragen van Plato en Aristoteles hebben de manier van het westerse denken beÔnvloed.

[48] Deze intellectuele prestaties zijn op zichzelf niet kwaad. Ze zijn de vruchten van het bevel in Genesis 2:15 om de aarde te bewerken. Toch hadden deze gerespecteerde idealen van de Griekse filosofie een verborgen tegenstelling jegens de Torah. Na de Griekse politieke macht zou deze geest overgaan in en overgenomen worden door het Romeinse Rijk. De machtsstructuur van dit rijk legde de Griekse cultuur en haar idealen op aan haar onderdanen. De rabbi's namen de essentie deze "missie" van Rome waar als die van Esau/Edom. Deze zou gemaskeerd zijn in de civilisatie van een Griekse toga (die wijst op intellectuele vooruitgang) en die Jacob meedogenloos vervolgde (Steve Mathe, 1995).

[49] Hij beperkte zeer het economische en religieuze leven voor de joden in zijn rijk. Hij verbood de Torah en stelde anti-joodse wetten op. Hierbij was de vermelding in de Sh'ma, waar de Eenheid van G-d openlijk de Christelijke doctrine weersprak (Steve Matthew, 1995).

[50] Hij was bekend als Maharal.

[51] De regering van de Messias zal ontstaan vanuit een eerder onheilig koninkrijk.

[52] In de onrijpe periode is het nog onderdeel van de vierde periode. Slechts wanneer IsraŽl volheid bereikt dan wordt het vierde rijk afgestoten en zal het heilige koningschap van de Messias ontstaan. Zolang het koninkrijk van de Messias nog niet in zijn perfecte staat is, zal het vastgehecht zijn aan dat van Edom. Het heilige koninkrijk IsraŽl zal moeten groeien uit het onheilige koninkrijk dat er aan voorafgaat.

[53] Het refereert niet aan een politieke en militaire gebeurtenis. Het koningschap der naties refereert ook niet aan een politieke eenheid. De bolster refereert aan het waardensysteem van de westerse wereld.

[54] De Messias verblijft in Rome. Dit omdat Hij moet worden uitgedaagd door het westerse waardensysteem en het moet overwinnen. Het is dus juist dat het Messiaanse Koninkrijkhaar carriŤre moet beginnen als deel van de westerse beschaving.

[55] Jacob zou waakzaam en trouw aan de Torah blijven.

[56] Volgens het jodendom staan het aardse en hemelse met elkaar in harmonische betrekking, waarbij het hemelse wordt gezien als het noodwendige gevolg en de noodwendige voortzetting van de aardse (Isodore Epstein, 1965).

[57] Cyrus zou hebben geweend bij de verwoesting van de tempel. Als beloning hiervoor kreeg zijn rijk de heerschappij over de wereld. hij werd niet slechts een cosmocrator maar werd tevens waardig gevonden om op de troon van Salomo (met uitzondering van Nebuchadnezzar) te zitten. (Ginzberg, Volume 6, 1998).

[58] GabriŽl zou gestraft zijn door God, vanwege uitstel van Gods straf tegen IsraŽl. Toen echter de beschermengel van Javan (Griekenland) de heerschappij over IsraŽl kreeg waren de verzoeken van GabriŽl aan God om het Griekse juk voor IsraŽl te verzachten nihil (Ginzberg, Volume 6, 1998).

[59] Hier wordt de eindtijd mee bedoeld (William F. Dankenbring in Triumph Prophetic Mysteries, 2000).

[60] Babylon is de hoofdstad van Chaldea. Het Assyrische Rijk omvatte beide zijden van de Tigris. De AssyriŽrs vernietigden samen met SyriŽ Jeruzalem. Deze gebieden maakten later deel uit van het Romeinse rijk. Vanuit dit rijk ontstond Frankrijk, Duitsland, Engeland en Amerika. Het christendom werd hierin de officiŽle religie. Daarom zijn volgens de rabbijnenBabylon, Rome, Edom en het Christendom synoniem.

[61] Edom zou onder het gezag van de kinderen van Kittim komen. Zie ook, Numeri 24:24, Jesaja 23:1, 12-13 en Jeremia 2:10.

[62] Kittim wordt in andere bronnen vergeleken met Cyprus.

[63] In DaniŽl 11:30 staat dat de schepen van Kittim tegen hem zullen komen. Waarschijnlijk wordt bedoeld dat de schepen van de Romeinen kwamen tegen Antiochus IV Epiphanes (hem) tijdenszijn laatste campagne in Egypte. Antiochus was in oorlog met de joden. De Romeinen zouden hem verdrijven, waardoor de joden vervolgens onder de Romeinen kwamen. Tevens schijnt het dat de Septuagint "de schepen van Kittim" getransformeerd hebben tot Romeinen. Dit zou impliceren dat gelezen zou kunnen worden, de schepen van de Romeinen komen naar hem (Ian Hutchesson, 1998).

[64] Kittim is een zoon van Yavan en een kleizoon van Noach. Rabbijnse bronnen identificeren Kittim met ItaliŽ of Rome. Andere rabbijnse bronnen en de meeste moderne onderzoekers beweren dat Kittim het Griekse volk betekent en het meest waarschijnlijk de Cyprioten (Navigating the Bible, 1995, World ORT Union).

[65] Tussen de zonen van Esau en Jacob zouden conflicten geweest zijn. Zepho werd door de zonen van Jacob in Egypte gevangen genomen. Hij ontsnapte naar koning Agnias de koning van Afrika en werd een legeroverste.

Zepho zou later met een leger naar Kittim gaan, waar hij tenslotte koning zou worden. Zepho werd door God geholpen tijdens oorlogen, maar hij zou zich goddeloos gaan gedragen. Dit was vergelijkbaar met de handelingen van de overige zonen van Esau (Project Gutenberg, 1998 en Ginzberg, Volume 5, 1998).

[66] Misschien zou Zepho de stad Rome gesticht hebben (Ginzberg, Volume 5, 1998).

[67] Specialisten in de genetica zouden momenteel werken aan een herkauwend zwijn (in the weekly Torah Reading in The Jerusalem Voice).

[68] Rome had IsraŽl verstrooid en de Tempel vernietigd.

[69] Zie voor de bronnen Ginzberg, Volumes 5 en 6, 1998.

[70] Een stijlfiguur waarbij het ene woord voor het andere wordt gebruikt op grond van een werkelijk bestaande betrekking, niet op grond van een vergelijking, bijvoorbeeld grijze haren voor ouderdom.

[71] De rabbi's hielden het Romeinse gezag voor corrupt. Esau predikt rechtvaardigheid, maar toont geweld.

[72] Obadja betekent dienaar van God. Een naam in het Hebreeuws heeft betekenis.

[73] De hinderaar houdt de verlossing van de wereld tegen.

[74] Mem is Majim is water. Als letter met de waarde 40 (mem), geldt majim ook als een uitdrukking voor de tijd. Tijd wordt volgens de bijbel met de 40 gemeten, met het water ingevoerd dus. Tijd stroomt zoals water. Verlossing is dan ook uit het watergevist worden (Weinreb, 1991).

[75] De hinderaar brengt de tijd in de wereld. Hierdoor is geen onmiddellijke terugkeer naar het paradijs mogelijk.

[76] Andere rabbijnse bronnen beweren dat MichaŽl, UriŽl en Metatron worstelde met Jacob.

[77] Vanuit deze verklaring is een verband mogelijk met een mohammedaanse legende. Hierin wordt vermeld dat de engel van de dood SammaŽl, een vorm heeft van een ram (Ginzberg, Volume 5, 1998).

[78] Zie Ginzberg, Volume 5, 1998.

[79] 1. SammaŽl dacht dat Borzah een stad voor vluchtelingen was. Dit was echter de stad Bezer. 2. SammaŽl ging er vanuit dat de stad Borzah bescherming bood aan alle moordenaars. Dit gold echter slechts voor een mens die een ander mens onbedoeld doodde. 3. SammaŽl veronderstelde dat een engel na een misdaad volgens een wet naar vluchtsteden mocht vluchten. Deze wet gold echter slechts voor mensen.

[80] David Greenlee noemt de mogelijkheid van een fenomenologische interpretatie van territoriale geesten. Dit zou betekenen dat aan de ontologische realiteit getwijfeld kan worden. Wanneer de territoriale geesten niet meer aanbeden worden vanwege dat hun gebied veroverd wordt, immigratie, de aanleg van een kanaal, dan verdwijnt hun legitimiteit. De territoriale geesten verliezen dan hun controle over het gebied.

[81] Vanaf de eerste eeuw voor Chr. werd de Overste der Wereld geÔdentificeerd met Satan. Namen hiervoor waren Beliar, AzaŽl of SammaŽl (met een verwijzing naar de Romeinen). In eerdere publicaties werd deze titel verleend aan Michšel (David Greenlee, 1994).

[82] Zie bijvoorbeeld EfeziŽrs 3:9-11 en 6:11-14, Colossenzen 1:16, Genesis 3:24 en EzechiŽl 1:1-28.

[83] Dionysius was een Syrische schrijver over mystiek.

[84] Zie ook de brieven van Paulus in het Nieuwe Testament.

[85] Dit zijn de engelen van de zuivere contemplatie (Melissa Ann, Miranda, in The Hierarchy of Angels, 1999).

[86] Dit zijn de engelen van de Cosmos (Melissa Ann, Miranda).

[87] Dit zijn de engelen van de wereld (Melisa Ann, Miranda).

[88] Haar bron is Bunsen Matthew Angels A to Z, Publisher crown trade paperbooks, 1996.

[89]Haar bronnen zijn Conell, Janice T, angel of Power, Ballantine book: New York, 1995.

         Guiley, Rosemary E, Encyclopedia of Angels.Facts on File, Inc: New York, 1996.

         Lang Judith. The Angels of God: Understanding the Bible. New press: new York, 1997.

[90] De jaartallen zijn onbekend. De lijst is samengesteld door I. Marc Carlson, 1998.

[91] De bronnen zijn uit Matthew, Bunsen, Angels A to Z, 1996.

[92] Zie ook Genesis 22:21-22.

[93] Volgens Sarah's Archangels zou ChamuŽl met GabriŽl Jezus bijstaan.

[94] Dit zou volgens Connie Chronister in joodse bronnen weergegeven zijn. Zij noemt niet welke bronnen.

[95] Godwin, Malcolm Angels, New York; Simon and Schuster, 1990.

[96] Een belangrijke bron van haar is Edda, vervaardigd door de IJslandse schrijver Snorri Sturluson (1179-1241).

[97] Volgens Thor Heyerdal worden de saga's ten onrechte buiten IJsland gezien als mythologie en niet wetenschappelijk. Gevestigde wetenschappers zouden zijn werken niet serieus nemen. Dit omdat werken opgeschreven in de 13e eeuw niet accuraat zouden zijn opgeschreven. De wetenschap zou veel meer respect moeten tonen wat vroeger is vastgelegd. In de middeleeuwen en daarvoor waren de mensen net zo exact als wij.

[98] De wetenschap en de religie verkondigen verschillende waarheden, terwijl er maar ťťn waarheid is. Engelen kunnen niet vliegen in de ruimte en de wetenschap kan toch niet geloven dat alles uit niets komt. Zolang wij niet beslissen dat er Ūets' is, zullen wij ons onzeker voelen en zal ieder zijn eigen moraliteit uitvinden.

[99] De Kabbalah is joodse mystiek. De Kabbalah wordt voorgesteld in een schema (symbool) van een vertakte sefirotische boom, die van boven naar beneden groeit. De sefirot zijn uitstralingen (emanaties) in tien afzonderlijke sefira (attributen) van de onzichtbare oerbron, God, in de top van boom. De attributen zijn acties of scheppingskrachten van God. Deze acties zouden slechts acties van God zijn. God zelf is ontastbaar en is een absolute eenheid. Eťn van de sefirot is de sefira Gevurah (gestrengheid). Gestrengheid zou de sfeer van de engel SammaŽl (Edom-Rome) zijn en wordt in evenwicht gehouden door een andere sefira ChŤsed (Barmhartigheid). Dit omdat alles zou worden verslonden door het vuur van het rechtvaardige oordeel van God. ChŤsed symboliseert Jacob-IsraŽl. (Henk Rijnders, 1991).